30 dagen Opruimen

Voor tijdschrift Genoeg schrijf ik de rubriek ‘De Uitdaging’. Dertig dagen probeer ik een goed voornemen vol te houden. Dit is de eerste aflevering.

Dag 0
Ik kan natuurlijk lukraak elke dag iets opruimen totdat alle troep uit huis is, maar dat vind ik niks. Ik wil Een Systeem. In een blog lees ik over ‘een kastje per dag’. Iemand beschrijft hoe ze zo in een jaar het hele huis heeft opgeruimd. Dat lijkt me wel wat, al moeten drie maanden voor ons huis genoeg zijn. Hoeveel troep kunnen we nou hebben? We kopen alleen wat we echt nodig hebben.

Dag 1
Ik begin met een keukenla. Veel rommel verwacht ik niet, maar ik vind: losse satéprikkers, pennen die het niet meer doen en gebroken verjaardagstaartkaarsjes. De prikkers stop ik in het bakje, de pennen en kaarsjes gaan weg en ik leg alles netjes terug. De kop is eraf.
“30 dagen Opruimen” verder lezen

Stofwolken

Mijn vrienden maken nooit schoon. Niet omdat ze vies zijn. Nee, ze hebben een werkster. Een Somalische moeder van vijf kinderen die geen Nederlands spreekt, maar wel veel lacht. Of een vlotte studente met paardenstaart die geld nodig heeft voor haar skivakantie, iPad en caffe latte macchiato.

‘Heerlijk,’ zeggen ze. ‘Je hoeft niets meer te doen en toch is je huis blinkend schoon.’

“Stofwolken” verder lezen

Doe het zelf

Zelf maken, vroeger was ik er dol op. Ik haakte en plakte en bakte erop los. Tegenwoordig heet het Do It Yourself en moet je er kant-en-klare pakketten voor kopen. En vind ik er niets meer aan. Ik erger me zelfs als ik ‘mutspakketten met haaknaald en wol’ of ‘erwtensoeppakketten’ in de winkel zie. Met ‘handig uitneembaar recept voor in de keuken’. Voor hetzelfde geld koop je preien, knolselderij en een pak gedroogde erwten en stop je je halve vriezer vol erwtensoep.

Eerst dacht ik dat mijn zuinige inborst opspeelde. Maar het is meer. Het komt doordat ik ben ingewijd in het zelf maken door een echte pro: mijn oma. Gebreide truien, geweven badmatten, jam, ze maakte het allemaal. En zo goedkoop mogelijk. Van oude truien maakte ze nieuwe, kapotte panty’s werden badmat en jam werd gemaakt van zelfgeplukte vlierbessen. “Doe het zelf” verder lezen

Ouwe zooi

Ik ben een slechte rommelmarktkoper. Uren speuren tussen oude zooi, eindeloos onderhandelen. Ik vind het gedoe, en ook smoezelig. Al die troep, je begrijpt niet dat mensen het überhaupt durven te verkopen.

Ik dacht er dus ook nooit aan zelf rommelmarktverkoper te worden. Mijn eigen oude zooi bracht ik gewoon naar de kringloopwinkel. Tot een vriendin enthousiast vertelde hoeveel ze verdiende door op rommelmarkten te staan. ‘En het is nog hartstikke gezellig ook!’ Opeens was ik om. Op een leuke manier je oude troep kwijtraken en nog geld toe krijgen!

“Ouwe zooi” verder lezen

Ezelinnenmelk

Een tijd geleden stuitte ik op een site waar je je kon opgeven als tester. Je moest wat vragen beantwoorden en dan kreeg je zomaar de allernieuwste producten. Pindakaas gelardeerd met tijmhoning en cayennepeper, shampoo die niet alleen je haar maar ook je zelfvertrouwen veerkracht geeft en kussenzacht wc-papier met amandelmelkextracten.

Ik trok mijn wenkbrauwen op. Wat moet een mens met dat soort onzin? Zeep is zeep, pindakaas is pindakaas en je kont kun je ook afvegen met oude kranten. Zonde van het geld, slecht voor het milieu en in de negentiende eeuw redden ze het ook prima zonder. Mijn huis komt het niet binnen. Het is hier huismerk wat de klok slaat. “Ezelinnenmelk” verder lezen

Donkey Kong

Een klasgenoot van mij had een grote zwerm fans. Niet omdat hij zo leuk was. Hij droeg mufruikende nylon shirts en opende zijn mond alleen voor gemene opmerkingen. Het ging om wat hij elke pauze uit zijn tas haalde. Een schermpje met een rode achterkant. Donkey Kong, een van de eerste draagbare computerspelletjes. Hij liet zijn aap van boom naar boom slingeren terwijl de halve klas over zijn schouder meekeek. Heel soms gaf hij het spelletje minzaam uit handen. Aan degene die het meest had geslijmd.

Ik was jaloers, heel jaloers. Meer dan honderd gulden kostte zo’n spelletje en dat had ik niet. Slijmen ging me te ver, dus er bleef weinig anders over dan gefrustreerd toekijken. “Donkey Kong” verder lezen

Vieze boekjes

Elke week kom ik in de bibliotheek. Al toen ik nog een kind was en in een dorp woonde en hij alleen op dinsdagmiddag open was. Destijds nam ik altijd zeven boeken mee. Voor elke dag één. Tot ik 10 jaar was. Toen had ik de bibliotheek uit. Alle kinderboeken had ik gelezen, zelfs die over Biggles en de Kameleon die ik eigenlijk niet leuk vond.

Nog steeds haal ik elke week een stapel boeken in huis. Als ik al die boeken moet kopen, ga ik failliet en groeit mijn huis dicht. De bibliotheek is daarom een uitkomst, al is hij jammer genoeg niet helemaal gratis. Ik betaal 43 euro per jaar. 43 euro. Daar kun je drie paperbacks van kopen. Of twee cd’s. Het is zo weinig en er staat zoveel tegenover dat ik de bibliotheek als gratis voel. “Vieze boekjes” verder lezen

Vrije Natuur

Er zijn mensen die vinden dat Nederland geen natuur heeft. Niet omdat bijna alles is volgebouwd. Maar omdat er nog geen grasspriet uit zichzelf groeit. Er wordt geplant, gemaaid, gerooid en zelfs hele rivieren verlegd. Het is geen natuur, maar cultuur, zeggen ze. Die mensen zijn zeikerds.

Natuurlijk is er Vrije Natuur in Nederland. Gewoon alles wat niet is volgebouwd en wat geen weiland of akker is. Er zijn kleine stukjes natuur en grotere. En het mooie: allemaal gratis. Er zijn mensen die zeggen dat het wel duur is, dat we daar belasting voor betalen. Maar ook dat zijn zeikerds. “Vrije Natuur” verder lezen

Mais

Er staat al een paar weken een plastic tas in de keuken. De tas is vol, heel vol. Twee pakken rijst, één pak melk, drie kippenpoten, drie broodroosters, zes maiskolven, twee bussen kipkruiden, vier plakjes champignon, drie stukken pizza. Allemaal mini’s, die kleine plastic nepboodschappen die je een tijdje geleden kon sparen bij Albert Heijn.

De tas staat in de weg, elke keer als ik uien pak, moet ik hem opzij schuiven. Maar ik weet niet goed wat ik ermee moet, dus hij blijft maar staan. “Mais” verder lezen

Spijbelen

Bijna niets is zo fijn als vrije tijd. Je ligt op de bank, kussens in je rug, kijkt naar buiten en denkt: wat zal ik doen? Een goed boek lezen? Onkruid wieden? En dan nestel je je nog eens in je kussens en besluit: nee, dat doe ik niet. Ik blijf gewoon liggen en doe niets. Het kost niets, je wordt er niet moe van, wat wil een mens nog meer?

Er is een overtreffende trap van vrije tijd. Spijbeltijd. Tijd die je cadeau krijgt omdat je niets doet terwijl je eigenlijk iets moet. Spijbeltijd is de zaligste vrije tijd die er is. “Spijbelen” verder lezen