Voor tijdschrift Genoeg schrijf ik de rubriek ‘De Uitdaging’. Dertig dagen probeer ik een goed voornemen vol te houden. Dit is de eerste aflevering.
Dag 0
Ik kan natuurlijk lukraak elke dag iets opruimen totdat alle troep uit huis is, maar dat vind ik niks. Ik wil Een Systeem. In een blog lees ik over ‘een kastje per dag’. Iemand beschrijft hoe ze zo in een jaar het hele huis heeft opgeruimd. Dat lijkt me wel wat, al moeten drie maanden voor ons huis genoeg zijn. Hoeveel troep kunnen we nou hebben? We kopen alleen wat we echt nodig hebben.
Dag 1
Ik begin met een keukenla. Veel rommel verwacht ik niet, maar ik vind: losse satéprikkers, pennen die het niet meer doen en gebroken verjaardagstaartkaarsjes. De prikkers stop ik in het bakje, de pennen en kaarsjes gaan weg en ik leg alles netjes terug. De kop is eraf.
Lees verder “30 dagen Opruimen”

Mopperen is een Nederlandse hobby en de plaats waar deze hobby het fanatiekst wordt beoefend, is Utrecht. In Amsterdam word je begroet met een grap, in Rotterdam hebben ze geen tijd om te groeten omdat ze aan het werk zijn en in Utrecht word je begroet met gemopper. Denk Rijk de Gooijer erbij en je hebt het beeld. Ik ben Nederlander én woon in Utrecht, dus mijn hobby was het ook. Een heel fijne zelfs. Want, redeneerde ik, gratis en ook nog goed tegen de stress.
Mijn vrienden maken nooit schoon. Niet omdat ze vies zijn. Nee, ze hebben een werkster. Een Somalische moeder van vijf kinderen die geen Nederlands spreekt, maar wel veel lacht. Of een vlotte studente met paardenstaart die geld nodig heeft voor haar skivakantie, iPad en caffe latte macchiato.
Zelf maken, vroeger was ik er dol op. Ik haakte en plakte en bakte erop los. Tegenwoordig heet het Do It Yourself en moet je er kant-en-klare pakketten voor kopen. En vind ik er niets meer aan. Ik erger me zelfs als ik ‘mutspakketten met haaknaald en wol’ of ‘erwtensoeppakketten’ in de winkel zie. Met ‘handig uitneembaar recept voor in de keuken’. Voor hetzelfde geld koop je preien, knolselderij en een pak gedroogde erwten en stop je je halve vriezer vol erwtensoep.
Een tijd geleden stuitte ik op een site waar je je kon opgeven als tester. Je moest wat vragen beantwoorden en dan kreeg je zomaar de allernieuwste producten. Pindakaas gelardeerd met tijmhoning en cayennepeper, shampoo die niet alleen je haar maar ook je zelfvertrouwen veerkracht geeft en kussenzacht wc-papier met amandelmelkextracten.
Een klasgenoot van mij had een grote zwerm fans. Niet omdat hij zo leuk was. Hij droeg mufruikende nylon shirts en opende zijn mond alleen voor gemene opmerkingen. Het ging om wat hij elke pauze uit zijn tas haalde. Een schermpje met een rode achterkant. Donkey Kong, een van de eerste draagbare computerspelletjes. Hij liet zijn aap van boom naar boom slingeren terwijl de halve klas over zijn schouder meekeek. Heel soms gaf hij het spelletje minzaam uit handen. Aan degene die het meest had geslijmd.
Elke week kom ik in de bibliotheek. Al toen ik nog een kind was en in een dorp woonde en hij alleen op dinsdagmiddag open was. Destijds nam ik altijd zeven boeken mee. Voor elke dag één. Tot ik 10 jaar was. Toen had ik de bibliotheek uit. Alle kinderboeken had ik gelezen, zelfs die over Biggles en de Kameleon die ik eigenlijk niet leuk vond.
Er zijn mensen die vinden dat Nederland geen natuur heeft. Niet omdat bijna alles is volgebouwd. Maar omdat er nog geen grasspriet uit zichzelf groeit. Er wordt geplant, gemaaid, gerooid en zelfs hele rivieren verlegd. Het is geen natuur, maar cultuur, zeggen ze. Die mensen zijn zeikerds.
Ik was een halfslachtige scheider. Batterijen, glas en papier hield ik apart, maar de biobak gebruikte ik niet. Te smerig. Maar toen stond er ’s ochtends opeens een vrachtwagen in de straat, met draaiende motor. Misschien gaat er iemand verhuizen, dacht ik slaperig. Twintig minuten ronkte hij nog. Ik schoof de gordijnen open en zag mannen in oranje pakken blauwe containers uitladen. Voor elk huis één.
Eten is in de mode. Je kunt geen blad openslaan en geen site aanklikken of je leest wel iets over iets wat je per se moet eten. De raarste dingen. Gestampte bijenpollen, schilfertjes van rode besjes uit de Andes, gemalen rauw gras, – nooit geweten dat je ook gekookt of gebakken gras kunt eten. Als je zulke superfoods niet eet, zeggen de aanhangers er dreigend bij, ga je vroegtijdig de pijp uit door allerlei enge ziektes.