Doe het zelf

Zelf maken, vroeger was ik er dol op. Ik haakte en plakte en bakte erop los. Tegenwoordig heet het Do It Yourself en moet je er kant-en-klare pakketten voor kopen. En vind ik er niets meer aan. Ik erger me zelfs als ik ‘mutspakketten met haaknaald en wol’ of ‘erwtensoeppakketten’ in de winkel zie. Met ‘handig uitneembaar recept voor in de keuken’. Voor hetzelfde geld koop je preien, knolselderij en een pak gedroogde erwten en stop je je halve vriezer vol erwtensoep.

Eerst dacht ik dat mijn zuinige inborst opspeelde. Maar het is meer. Het komt doordat ik ben ingewijd in het zelf maken door een echte pro: mijn oma. Gebreide truien, geweven badmatten, jam, ze maakte het allemaal. En zo goedkoop mogelijk. Van oude truien maakte ze nieuwe, kapotte panty’s werden badmat en jam werd gemaakt van zelfgeplukte vlierbessen. “Doe het zelf” verder lezen

Ouwe zooi

Ik ben een slechte rommelmarktkoper. Uren speuren tussen oude zooi, eindeloos onderhandelen. Ik vind het gedoe, en ook smoezelig. Al die troep, je begrijpt niet dat mensen het überhaupt durven te verkopen.

Ik dacht er dus ook nooit aan zelf rommelmarktverkoper te worden. Mijn eigen oude zooi bracht ik gewoon naar de kringloopwinkel. Tot een vriendin enthousiast vertelde hoeveel ze verdiende door op rommelmarkten te staan. ‘En het is nog hartstikke gezellig ook!’ Opeens was ik om. Op een leuke manier je oude troep kwijtraken en nog geld toe krijgen!

“Ouwe zooi” verder lezen

Ezelinnenmelk

Een tijd geleden stuitte ik op een site waar je je kon opgeven als tester. Je moest wat vragen beantwoorden en dan kreeg je zomaar de allernieuwste producten. Pindakaas gelardeerd met tijmhoning en cayennepeper, shampoo die niet alleen je haar maar ook je zelfvertrouwen veerkracht geeft en kussenzacht wc-papier met amandelmelkextracten.

Ik trok mijn wenkbrauwen op. Wat moet een mens met dat soort onzin? Zeep is zeep, pindakaas is pindakaas en je kont kun je ook afvegen met oude kranten. Zonde van het geld, slecht voor het milieu en in de negentiende eeuw redden ze het ook prima zonder. Mijn huis komt het niet binnen. Het is hier huismerk wat de klok slaat. “Ezelinnenmelk” verder lezen

Donkey Kong

Een klasgenoot van mij had een grote zwerm fans. Niet omdat hij zo leuk was. Hij droeg mufruikende nylon shirts en opende zijn mond alleen voor gemene opmerkingen. Het ging om wat hij elke pauze uit zijn tas haalde. Een schermpje met een rode achterkant. Donkey Kong, een van de eerste draagbare computerspelletjes. Hij liet zijn aap van boom naar boom slingeren terwijl de halve klas over zijn schouder meekeek. Heel soms gaf hij het spelletje minzaam uit handen. Aan degene die het meest had geslijmd.

Ik was jaloers, heel jaloers. Meer dan honderd gulden kostte zo’n spelletje en dat had ik niet. Slijmen ging me te ver, dus er bleef weinig anders over dan gefrustreerd toekijken. “Donkey Kong” verder lezen

Rode knop

Pesten is hot. Er zijn televisieprogramma’s over, je kunt er armbandjes van kopen en iedereen roept er publiekelijk schande van. Aan de school de schone taak het op te lossen. Dat doet ze voortvarend. Kleuters moeten vanaf hun vierde rollenspelen doen en voortdurend voor de klas hun emoties uiten. Dat schijnt te helpen.

Dit jaar had de school van Jongste er nog iets extra’s voor ingevoerd. Een ‘pestmeldknop’. Wie gepest wordt, kan daarop drukken en vertellen dat hij wordt gepest en door wie. Met naam en toenaam. “Rode knop” verder lezen

Vieze boekjes

Elke week kom ik in de bibliotheek. Al toen ik nog een kind was en in een dorp woonde en hij alleen op dinsdagmiddag open was. Destijds nam ik altijd zeven boeken mee. Voor elke dag één. Tot ik 10 jaar was. Toen had ik de bibliotheek uit. Alle kinderboeken had ik gelezen, zelfs die over Biggles en de Kameleon die ik eigenlijk niet leuk vond.

Nog steeds haal ik elke week een stapel boeken in huis. Als ik al die boeken moet kopen, ga ik failliet en groeit mijn huis dicht. De bibliotheek is daarom een uitkomst, al is hij jammer genoeg niet helemaal gratis. Ik betaal 43 euro per jaar. 43 euro. Daar kun je drie paperbacks van kopen. Of twee cd’s. Het is zo weinig en er staat zoveel tegenover dat ik de bibliotheek als gratis voel. “Vieze boekjes” verder lezen

Gewonnen!

Het eerste wat me opviel was dat alle gesprekken in de supermarkt erover gingen. Op straat hoorde ik niets anders meer en ook op school gonsde het de hele dag, Jongste kwam opgewonden naar huis rennen. ‘De postcodeloterij is op ons gevallen!’

Ik was altijd tegen de Postcodeloterij. Die stomme televisieshows, die hysterische presentatoren, die schreeuwende Gaston. En dan dat Goededoelensausje eroverheen. Bah. “Gewonnen!” verder lezen

Vrije Natuur

Er zijn mensen die vinden dat Nederland geen natuur heeft. Niet omdat bijna alles is volgebouwd. Maar omdat er nog geen grasspriet uit zichzelf groeit. Er wordt geplant, gemaaid, gerooid en zelfs hele rivieren verlegd. Het is geen natuur, maar cultuur, zeggen ze. Die mensen zijn zeikerds.

Natuurlijk is er Vrije Natuur in Nederland. Gewoon alles wat niet is volgebouwd en wat geen weiland of akker is. Er zijn kleine stukjes natuur en grotere. En het mooie: allemaal gratis. Er zijn mensen die zeggen dat het wel duur is, dat we daar belasting voor betalen. Maar ook dat zijn zeikerds. “Vrije Natuur” verder lezen

De spin

Jongste moet een werkstuk maken. Ze heeft een verfrommeld papiertje in haar tas waarop staat hoe het moet. Stap 1: kies een onderwerp. Stap 2: verzamel informatie, uit meer dan één bron. Stap 3: maak een hoofdstukindeling. Stap 4: schrijf het op. Daaronder staat een waarschuwing: maak het werkstuk zelf! Gebruik je eigen woorden! Als je overschrijft, krijg je een onvoldoende!!!

Een paar jaar geleden kwam Oudste met hetzelfde briefje thuis. In mijn onschuld dacht ik dat we de aanwijzingen moesten opvolgen en zette haar aan het werk. ‘Een zeehond heet zeehond maar hij leeft niet in de zee,’ schreef ze. ‘Want in de zee verdrinkt hij. Hij slaapt dus niet in de zee.’ Daarna volgden interessante wetenswaardigheden over de zeehond, willekeurig verspreid over zes hoofdstukken. “De spin” verder lezen

Scheiden

Ik was een halfslachtige scheider. Batterijen, glas en papier hield ik apart, maar de biobak gebruikte ik niet. Te smerig. Maar toen stond er ’s ochtends opeens een vrachtwagen in de straat, met draaiende motor. Misschien gaat er iemand verhuizen, dacht ik slaperig. Twintig minuten ronkte hij nog. Ik schoof de gordijnen open en zag mannen in oranje pakken blauwe containers uitladen. Voor elk huis één.

Twee dagen later was er weer een ronkende vrachtwagen met mannen in oranje pakken. Deze keer maakten ze alle grijze containers schoon, plakten er stickers op en hingen er folders aan. Daarna was de straat nat. En bezaaid met achterkanten van stickers en niet gebruikte folders.  “Scheiden” verder lezen