Nieuwe man

Een vriendin van mij wil een man. Ze had er één, maar die was vervelend en die heeft ze de deur uit gezet. Nu wil ze een nieuwe. En ze wist ook waar ze die ging zoeken. Op internet.

Ik was bij haar op bezoek, we dronken een kopje thee en ze vroeg mij advies. Ik sputterde een beetje tegen. Ik ben niet de juiste persoon daarvoor. Want ik heb al heel lang dezelfde man en toen ik deze opdeed, was er nog geen internet.

‘Internet is beter,’ zei mijn vriendin, en ze klapte haar laptop open. ‘Niet die gratis sites, daar zitten alleen maar mannen die seks willen. Maar kijk,’ ze klikte een site open, ‘hier moet je betalen en dan brengen ze je in contact met mannen die echt bij je passen. Dat heb je niet dat gedoe wat we vroeger altijd hadden. Dat je iemand leuk vond en twee weken later ontdekte je dat hij korfbalde. Of dat hij elke week op de damclub zat.’  “Nieuwe man” verder lezen

Supereten

Eten is in de mode. Je kunt geen blad openslaan en geen site aanklikken of je leest wel iets over iets wat je per se moet eten. De raarste dingen. Gestampte bijenpollen, schilfertjes van rode besjes uit de Andes, gemalen rauw gras, – nooit geweten dat je ook gekookt of gebakken gras kunt eten. Als je zulke superfoods niet eet, zeggen de aanhangers er dreigend bij, ga je vroegtijdig de pijp uit door allerlei enge ziektes.

Meestal staat er in zo’n artikel ook wat je vooral niet moet eten. Dat zijn natuurlijk altijd voedingsmiddelen die het gros van de bevolking gedachteloos naar binnen werkt. Koffie. Witte rijst. Kaas. Volkoren boterhammen. Koekjes met suiker. “Supereten” verder lezen

Goed doen

Als je sommige filosofen moet geloven – en waarom zouden we dat niet doen – is er niets mooiers dan het helpen van je medemens. Altruïsme geeft namelijk een Goed Gevoel. Zo goed, daar kunnen drugs en alcohol niet tegenop. En het is nog gratis ook.

Nu bof ik, want ik heb twee kinderen, en als er één plaats is waar je veel kunt helpen, is het de basisschool. Continu zijn er ‘leesouders’, ‘knutselouders’ of ‘meefietsouders’ nodig. “Goed doen” verder lezen

Natuurlijke selectie

Er zitten eenden in de sloot, vlakbij de basisschool. Ik loop er bijna elke dag langs. Ze hebben voor de tweede keer dit jaar een nest, de eieren zijn al uitgekomen. Op de brug blijf ik staan om te tellen. Negen kleine eendjes zwemmen achter de moedereend aan. Als ze even stilhoudt, rennen twee kleintjes de kant op. Je ziet ze bijna niet tussen het hoge gras. Ze zijn klein en donzig en bruin met geel.

Wat een schatjes, denk ik. Bijna niet te geloven dat het over een jaar van die rotbeesten zijn die op het fietspad blijven zitten als je aan komt fietsen. Misschien zijn het wel allemaal mannetjes, duiken ze later met zijn allen tegelijk op een zielige vrouwtjeseend om haar te verkrachten. “Natuurlijke selectie” verder lezen

Kapsalon

Op een zaterdagavond at ik voor het eerst van mijn leven een patat kapsalon. Het was een lamlendige, grijze dag, niemand had zin om te koken dus aten we friet. Mijn tafelgenoten hadden shoarma of kebab of iets anders saais op hun bord. Nee, dan het mijne! Vol verwachting haalde ik de folie van mijn bakje af. De geur van knoflooksaus verspreidde zich door de keuken.

Ik was al jaren nieuwsgierig naar de patat kapsalon. Niet in de laatste plaats vanwege de naam. Voor wie het niet weet: de patat kapsalon is bedacht door een kapper die graag experimenteert met gefrituurd voedsel in verschillende samenstellingen. “Kapsalon” verder lezen

Mais

Er staat al een paar weken een plastic tas in de keuken. De tas is vol, heel vol. Twee pakken rijst, één pak melk, drie kippenpoten, drie broodroosters, zes maiskolven, twee bussen kipkruiden, vier plakjes champignon, drie stukken pizza. Allemaal mini’s, die kleine plastic nepboodschappen die je een tijdje geleden kon sparen bij Albert Heijn.

De tas staat in de weg, elke keer als ik uien pak, moet ik hem opzij schuiven. Maar ik weet niet goed wat ik ermee moet, dus hij blijft maar staan. “Mais” verder lezen

Spijbelen

Bijna niets is zo fijn als vrije tijd. Je ligt op de bank, kussens in je rug, kijkt naar buiten en denkt: wat zal ik doen? Een goed boek lezen? Onkruid wieden? En dan nestel je je nog eens in je kussens en besluit: nee, dat doe ik niet. Ik blijf gewoon liggen en doe niets. Het kost niets, je wordt er niet moe van, wat wil een mens nog meer?

Er is een overtreffende trap van vrije tijd. Spijbeltijd. Tijd die je cadeau krijgt omdat je niets doet terwijl je eigenlijk iets moet. Spijbeltijd is de zaligste vrije tijd die er is. “Spijbelen” verder lezen

Xantippe

Vroeger vloekte ik bij het leven. Godverdomme, kut, klote, het rolde allemaal zo mijn mond uit. Soms wisselde ik het af met de oud-Hollandse traditie van schelden met ziektes en hield ik het op tering, klere en pokken.

Ik wist het niet eens van mezelf. Ik merkte het pas toen mijn oudste kind begon te praten. Het was op een dag dat ik met haar een fietstochtje maakte. Het was lente, mooi weer, ik wilde even naar buiten. Ze was nog klein en paste nog in het stoeltje aan het stuur. Ik stopte voor een rood stoplicht en hoorde een hoog stemmetje zeggen: ‘Godverdomme, moeten we stoppen hè?’ “Xantippe” verder lezen

Hobby

Sommige mensen vinden de trein niks. Te duur, te traag, te vol. Ik snap dat niet. Ik ga graag met de trein. Helemaal als het druk is. Dan kom ik namelijk toe aan mijn favoriete gratis tijdverdrijf. Afluisteren.

Afluisteren is niet eens het juiste woord, want dat suggereert dat je er moeite voor moet doen. Dat hoeft nooit. Er zijn altijd mensen die zo hard praten dat je alles wel moet horen. Het kan hen kennelijk niet schelen dat iedereen van hun persoonlijke sores kan meegenieten. Of ze kunnen zich niet voorstellen dat er iemand op de wereld is die daar geen interesse in heeft. “Hobby” verder lezen

Pannenlap

Het weer werd kouder, de dagen korter en opeens overviel het me. Ik kreeg enorme zin in handwerken. Mijn vingers gingen er gewoon van jeuken. Niet zo vreemd eigenlijk, want handwerken is in de mode. Zelfs Hollywoodsterren zijn aan het breien geslagen.

Enthousiast bladerde ik dus een Libelle door, die ‘zelfmaakpatronen’ beloofde. Ik vond een werkbeschrijving van een gebreid vogelhuisje. Op de volgende bladzijde een gehaakte kerstbal. Niet precies het handwerken dat ik voor ogen had. “Pannenlap” verder lezen