Gewonnen!

Het eerste wat me opviel was dat alle gesprekken in de supermarkt erover gingen. Op straat hoorde ik niets anders meer en ook op school gonsde het de hele dag, Jongste kwam opgewonden naar huis rennen. ‘De postcodeloterij is op ons gevallen!’

Ik was altijd tegen de Postcodeloterij. Die stomme televisieshows, die hysterische presentatoren, die schreeuwende Gaston. En dan dat Goededoelensausje eroverheen. Bah. “Gewonnen!” verder lezen

Vrije Natuur

Er zijn mensen die vinden dat Nederland geen natuur heeft. Niet omdat bijna alles is volgebouwd. Maar omdat er nog geen grasspriet uit zichzelf groeit. Er wordt geplant, gemaaid, gerooid en zelfs hele rivieren verlegd. Het is geen natuur, maar cultuur, zeggen ze. Die mensen zijn zeikerds.

Natuurlijk is er Vrije Natuur in Nederland. Gewoon alles wat niet is volgebouwd en wat geen weiland of akker is. Er zijn kleine stukjes natuur en grotere. En het mooie: allemaal gratis. Er zijn mensen die zeggen dat het wel duur is, dat we daar belasting voor betalen. Maar ook dat zijn zeikerds. “Vrije Natuur” verder lezen

De spin

Jongste moet een werkstuk maken. Ze heeft een verfrommeld papiertje in haar tas waarop staat hoe het moet. Stap 1: kies een onderwerp. Stap 2: verzamel informatie, uit meer dan één bron. Stap 3: maak een hoofdstukindeling. Stap 4: schrijf het op. Daaronder staat een waarschuwing: maak het werkstuk zelf! Gebruik je eigen woorden! Als je overschrijft, krijg je een onvoldoende!!!

Een paar jaar geleden kwam Oudste met hetzelfde briefje thuis. In mijn onschuld dacht ik dat we de aanwijzingen moesten opvolgen en zette haar aan het werk. ‘Een zeehond heet zeehond maar hij leeft niet in de zee,’ schreef ze. ‘Want in de zee verdrinkt hij. Hij slaapt dus niet in de zee.’ Daarna volgden interessante wetenswaardigheden over de zeehond, willekeurig verspreid over zes hoofdstukken. “De spin” verder lezen

Scheiden

Ik was een halfslachtige scheider. Batterijen, glas en papier hield ik apart, maar de biobak gebruikte ik niet. Te smerig. Maar toen stond er ’s ochtends opeens een vrachtwagen in de straat, met draaiende motor. Misschien gaat er iemand verhuizen, dacht ik slaperig. Twintig minuten ronkte hij nog. Ik schoof de gordijnen open en zag mannen in oranje pakken blauwe containers uitladen. Voor elk huis één.

Twee dagen later was er weer een ronkende vrachtwagen met mannen in oranje pakken. Deze keer maakten ze alle grijze containers schoon, plakten er stickers op en hingen er folders aan. Daarna was de straat nat. En bezaaid met achterkanten van stickers en niet gebruikte folders.  “Scheiden” verder lezen

Nieuwe man

Een vriendin van mij wil een man. Ze had er één, maar die was vervelend en die heeft ze de deur uit gezet. Nu wil ze een nieuwe. En ze wist ook waar ze die ging zoeken. Op internet.

Ik was bij haar op bezoek, we dronken een kopje thee en ze vroeg mij advies. Ik sputterde een beetje tegen. Ik ben niet de juiste persoon daarvoor. Want ik heb al heel lang dezelfde man en toen ik deze opdeed, was er nog geen internet.

‘Internet is beter,’ zei mijn vriendin, en ze klapte haar laptop open. ‘Niet die gratis sites, daar zitten alleen maar mannen die seks willen. Maar kijk,’ ze klikte een site open, ‘hier moet je betalen en dan brengen ze je in contact met mannen die echt bij je passen. Dat heb je niet dat gedoe wat we vroeger altijd hadden. Dat je iemand leuk vond en twee weken later ontdekte je dat hij korfbalde. Of dat hij elke week op de damclub zat.’  “Nieuwe man” verder lezen

Supereten

Eten is in de mode. Je kunt geen blad openslaan en geen site aanklikken of je leest wel iets over iets wat je per se moet eten. De raarste dingen. Gestampte bijenpollen, schilfertjes van rode besjes uit de Andes, gemalen rauw gras, – nooit geweten dat je ook gekookt of gebakken gras kunt eten. Als je zulke superfoods niet eet, zeggen de aanhangers er dreigend bij, ga je vroegtijdig de pijp uit door allerlei enge ziektes.

Meestal staat er in zo’n artikel ook wat je vooral niet moet eten. Dat zijn natuurlijk altijd voedingsmiddelen die het gros van de bevolking gedachteloos naar binnen werkt. Koffie. Witte rijst. Kaas. Volkoren boterhammen. Koekjes met suiker. “Supereten” verder lezen

Goed doen

Als je sommige filosofen moet geloven – en waarom zouden we dat niet doen – is er niets mooiers dan het helpen van je medemens. Altruïsme geeft namelijk een Goed Gevoel. Zo goed, daar kunnen drugs en alcohol niet tegenop. En het is nog gratis ook.

Nu bof ik, want ik heb twee kinderen, en als er één plaats is waar je veel kunt helpen, is het de basisschool. Continu zijn er ‘leesouders’, ‘knutselouders’ of ‘meefietsouders’ nodig. “Goed doen” verder lezen

Natuurlijke selectie

Er zitten eenden in de sloot, vlakbij de basisschool. Ik loop er bijna elke dag langs. Ze hebben voor de tweede keer dit jaar een nest, de eieren zijn al uitgekomen. Op de brug blijf ik staan om te tellen. Negen kleine eendjes zwemmen achter de moedereend aan. Als ze even stilhoudt, rennen twee kleintjes de kant op. Je ziet ze bijna niet tussen het hoge gras. Ze zijn klein en donzig en bruin met geel.

Wat een schatjes, denk ik. Bijna niet te geloven dat het over een jaar van die rotbeesten zijn die op het fietspad blijven zitten als je aan komt fietsen. Misschien zijn het wel allemaal mannetjes, duiken ze later met zijn allen tegelijk op een zielige vrouwtjeseend om haar te verkrachten. “Natuurlijke selectie” verder lezen

Kapsalon

Op een zaterdagavond at ik voor het eerst van mijn leven een patat kapsalon. Het was een lamlendige, grijze dag, niemand had zin om te koken dus aten we friet. Mijn tafelgenoten hadden shoarma of kebab of iets anders saais op hun bord. Nee, dan het mijne! Vol verwachting haalde ik de folie van mijn bakje af. De geur van knoflooksaus verspreidde zich door de keuken.

Ik was al jaren nieuwsgierig naar de patat kapsalon. Niet in de laatste plaats vanwege de naam. Voor wie het niet weet: de patat kapsalon is bedacht door een kapper die graag experimenteert met gefrituurd voedsel in verschillende samenstellingen. “Kapsalon” verder lezen

Mais

Er staat al een paar weken een plastic tas in de keuken. De tas is vol, heel vol. Twee pakken rijst, één pak melk, drie kippenpoten, drie broodroosters, zes maiskolven, twee bussen kipkruiden, vier plakjes champignon, drie stukken pizza. Allemaal mini’s, die kleine plastic nepboodschappen die je een tijdje geleden kon sparen bij Albert Heijn.

De tas staat in de weg, elke keer als ik uien pak, moet ik hem opzij schuiven. Maar ik weet niet goed wat ik ermee moet, dus hij blijft maar staan. “Mais” verder lezen