Doe het zelf

Zelf maken, vroeger was ik er dol op. Ik haakte en plakte en bakte erop los. Tegenwoordig heet het Do It Yourself en moet je er kant-en-klare pakketten voor kopen. En vind ik er niets meer aan. Ik erger me zelfs als ik ‘mutspakketten met haaknaald en wol’ of ‘erwtensoeppakketten’ in de winkel zie. Met ‘handig uitneembaar recept voor in de keuken’. Voor hetzelfde geld koop je preien, knolselderij en een pak gedroogde erwten en stop je je halve vriezer vol erwtensoep.

Eerst dacht ik dat mijn zuinige inborst opspeelde. Maar het is meer. Het komt doordat ik ben ingewijd in het zelf maken door een echte pro: mijn oma. Gebreide truien, geweven badmatten, jam, ze maakte het allemaal. En zo goedkoop mogelijk. Van oude truien maakte ze nieuwe, kapotte panty’s werden badmat en jam werd gemaakt van zelfgeplukte vlierbessen. “Doe het zelf” verder lezen

Donkey Kong

Een klasgenoot van mij had een grote zwerm fans. Niet omdat hij zo leuk was. Hij droeg mufruikende nylon shirts en opende zijn mond alleen voor gemene opmerkingen. Het ging om wat hij elke pauze uit zijn tas haalde. Een schermpje met een rode achterkant. Donkey Kong, een van de eerste draagbare computerspelletjes. Hij liet zijn aap van boom naar boom slingeren terwijl de halve klas over zijn schouder meekeek. Heel soms gaf hij het spelletje minzaam uit handen. Aan degene die het meest had geslijmd.

Ik was jaloers, heel jaloers. Meer dan honderd gulden kostte zo’n spelletje en dat had ik niet. Slijmen ging me te ver, dus er bleef weinig anders over dan gefrustreerd toekijken. “Donkey Kong” verder lezen

Rode knop

Pesten is hot. Er zijn televisieprogramma’s over, je kunt er armbandjes van kopen en iedereen roept er publiekelijk schande van. Aan de school de schone taak het op te lossen. Dat doet ze voortvarend. Kleuters moeten vanaf hun vierde rollenspelen doen en voortdurend voor de klas hun emoties uiten. Dat schijnt te helpen.

Dit jaar had de school van Jongste er nog iets extra’s voor ingevoerd. Een ‘pestmeldknop’. Wie gepest wordt, kan daarop drukken en vertellen dat hij wordt gepest en door wie. Met naam en toenaam. “Rode knop” verder lezen

Vieze boekjes

Elke week kom ik in de bibliotheek. Al toen ik nog een kind was en in een dorp woonde en hij alleen op dinsdagmiddag open was. Destijds nam ik altijd zeven boeken mee. Voor elke dag één. Tot ik 10 jaar was. Toen had ik de bibliotheek uit. Alle kinderboeken had ik gelezen, zelfs die over Biggles en de Kameleon die ik eigenlijk niet leuk vond.

Nog steeds haal ik elke week een stapel boeken in huis. Als ik al die boeken moet kopen, ga ik failliet en groeit mijn huis dicht. De bibliotheek is daarom een uitkomst, al is hij jammer genoeg niet helemaal gratis. Ik betaal 43 euro per jaar. 43 euro. Daar kun je drie paperbacks van kopen. Of twee cd’s. Het is zo weinig en er staat zoveel tegenover dat ik de bibliotheek als gratis voel. “Vieze boekjes” verder lezen

Gewonnen!

Het eerste wat me opviel was dat alle gesprekken in de supermarkt erover gingen. Op straat hoorde ik niets anders meer en ook op school gonsde het de hele dag, Jongste kwam opgewonden naar huis rennen. ‘De postcodeloterij is op ons gevallen!’

Ik was altijd tegen de Postcodeloterij. Die stomme televisieshows, die hysterische presentatoren, die schreeuwende Gaston. En dan dat Goededoelensausje eroverheen. Bah. “Gewonnen!” verder lezen

De spin

Jongste moet een werkstuk maken. Ze heeft een verfrommeld papiertje in haar tas waarop staat hoe het moet. Stap 1: kies een onderwerp. Stap 2: verzamel informatie, uit meer dan één bron. Stap 3: maak een hoofdstukindeling. Stap 4: schrijf het op. Daaronder staat een waarschuwing: maak het werkstuk zelf! Gebruik je eigen woorden! Als je overschrijft, krijg je een onvoldoende!!!

Een paar jaar geleden kwam Oudste met hetzelfde briefje thuis. In mijn onschuld dacht ik dat we de aanwijzingen moesten opvolgen en zette haar aan het werk. ‘Een zeehond heet zeehond maar hij leeft niet in de zee,’ schreef ze. ‘Want in de zee verdrinkt hij. Hij slaapt dus niet in de zee.’ Daarna volgden interessante wetenswaardigheden over de zeehond, willekeurig verspreid over zes hoofdstukken. “De spin” verder lezen

Goed doen

Als je sommige filosofen moet geloven – en waarom zouden we dat niet doen – is er niets mooiers dan het helpen van je medemens. Altruïsme geeft namelijk een Goed Gevoel. Zo goed, daar kunnen drugs en alcohol niet tegenop. En het is nog gratis ook.

Nu bof ik, want ik heb twee kinderen, en als er één plaats is waar je veel kunt helpen, is het de basisschool. Continu zijn er ‘leesouders’, ‘knutselouders’ of ‘meefietsouders’ nodig. “Goed doen” verder lezen

Mais

Er staat al een paar weken een plastic tas in de keuken. De tas is vol, heel vol. Twee pakken rijst, één pak melk, drie kippenpoten, drie broodroosters, zes maiskolven, twee bussen kipkruiden, vier plakjes champignon, drie stukken pizza. Allemaal mini’s, die kleine plastic nepboodschappen die je een tijdje geleden kon sparen bij Albert Heijn.

De tas staat in de weg, elke keer als ik uien pak, moet ik hem opzij schuiven. Maar ik weet niet goed wat ik ermee moet, dus hij blijft maar staan. “Mais” verder lezen

Xantippe

Vroeger vloekte ik bij het leven. Godverdomme, kut, klote, het rolde allemaal zo mijn mond uit. Soms wisselde ik het af met de oud-Hollandse traditie van schelden met ziektes en hield ik het op tering, klere en pokken.

Ik wist het niet eens van mezelf. Ik merkte het pas toen mijn oudste kind begon te praten. Het was op een dag dat ik met haar een fietstochtje maakte. Het was lente, mooi weer, ik wilde even naar buiten. Ze was nog klein en paste nog in het stoeltje aan het stuur. Ik stopte voor een rood stoplicht en hoorde een hoog stemmetje zeggen: ‘Godverdomme, moeten we stoppen hè?’ “Xantippe” verder lezen

Jersey Shore

Kinderen zijn leuk, maar ze hebben wel nadelen. Ze kotsen de boel onder als ze ziek zijn en ze willen elk jaar een kinderfeestje. Een groter nadeel is de kindercultuur, vooral die op televisie. Het begint met stompzinnige flut als de moralistische verhaaltjes van Kabouter Plop, en met de jaren groei je door naar het irritante geschreeuw in Spongebob en iCarly.

Er zijn ouders die hier niet in meegaan. Die laten hun kinderen alleen kunstzinnige Scandinavische films kijken en lezen avond na avond echte kinderliteratuur voor. Zo ben ik niet. Ik laat mijn kinderen gewoon pulp kijken. Ik zeg dat ik dat doe zodat ze op het schoolplein kunnen meepraten. In werkelijkheid ben ik natuurlijk gewoon te lui om ze een verantwoorde opvoeding te geven. “Jersey Shore” verder lezen