30 dagen Geen suiker

Voor tijdschrift Genoeg schrijf ik de rubriek ‘De Uitdaging’. Dertig dagen probeer ik een goed voornemen vol te houden. Dit is de tweede aflevering.

Dag 0
Leuk idee, geen suiker eten, maar het zit in bijna alles. Wat mag wel en wat mag niet? Mag fruit? En bier? Een zoektocht op internet geeft antwoord. Het gaat om het vermijden van toegevoegde suiker. Fruit en bier mogen dus gewoon. Dat wordt een makkie!

Dag 1
Het gedoe begint al bij het ontbijt. ’s Ochtends eet ik altijd een boterham met jam. Dat mag dus niet meer. Een boterham met kaas dan maar? Ik twijfel. Kaas is niet lekker ’s ochtends. “30 dagen Geen suiker” verder lezen

30 dagen Opruimen

Voor tijdschrift Genoeg schrijf ik de rubriek ‘De Uitdaging’. Dertig dagen probeer ik een goed voornemen vol te houden. Dit is de eerste aflevering.

Dag 0
Ik kan natuurlijk lukraak elke dag iets opruimen totdat alle troep uit huis is, maar dat vind ik niks. Ik wil Een Systeem. In een blog lees ik over ‘een kastje per dag’. Iemand beschrijft hoe ze zo in een jaar het hele huis heeft opgeruimd. Dat lijkt me wel wat, al moeten drie maanden voor ons huis genoeg zijn. Hoeveel troep kunnen we nou hebben? We kopen alleen wat we echt nodig hebben.

Dag 1
Ik begin met een keukenla. Veel rommel verwacht ik niet, maar ik vind: losse satéprikkers, pennen die het niet meer doen en gebroken verjaardagstaartkaarsjes. De prikkers stop ik in het bakje, de pennen en kaarsjes gaan weg en ik leg alles netjes terug. De kop is eraf.
“30 dagen Opruimen” verder lezen

Doe het zelf

Zelf maken, vroeger was ik er dol op. Ik haakte en plakte en bakte erop los. Tegenwoordig heet het Do It Yourself en moet je er kant-en-klare pakketten voor kopen. En vind ik er niets meer aan. Ik erger me zelfs als ik ‘mutspakketten met haaknaald en wol’ of ‘erwtensoeppakketten’ in de winkel zie. Met ‘handig uitneembaar recept voor in de keuken’. Voor hetzelfde geld koop je preien, knolselderij en een pak gedroogde erwten en stop je je halve vriezer vol erwtensoep.

Eerst dacht ik dat mijn zuinige inborst opspeelde. Maar het is meer. Het komt doordat ik ben ingewijd in het zelf maken door een echte pro: mijn oma. Gebreide truien, geweven badmatten, jam, ze maakte het allemaal. En zo goedkoop mogelijk. Van oude truien maakte ze nieuwe, kapotte panty’s werden badmat en jam werd gemaakt van zelfgeplukte vlierbessen. “Doe het zelf” verder lezen

Ouwe zooi

Ik ben een slechte rommelmarktkoper. Uren speuren tussen oude zooi, eindeloos onderhandelen. Ik vind het gedoe, en ook smoezelig. Al die troep, je begrijpt niet dat mensen het überhaupt durven te verkopen.

Ik dacht er dus ook nooit aan zelf rommelmarktverkoper te worden. Mijn eigen oude zooi bracht ik gewoon naar de kringloopwinkel. Tot een vriendin enthousiast vertelde hoeveel ze verdiende door op rommelmarkten te staan. ‘En het is nog hartstikke gezellig ook!’ Opeens was ik om. Op een leuke manier je oude troep kwijtraken en nog geld toe krijgen!

“Ouwe zooi” verder lezen

Ezelinnenmelk

Een tijd geleden stuitte ik op een site waar je je kon opgeven als tester. Je moest wat vragen beantwoorden en dan kreeg je zomaar de allernieuwste producten. Pindakaas gelardeerd met tijmhoning en cayennepeper, shampoo die niet alleen je haar maar ook je zelfvertrouwen veerkracht geeft en kussenzacht wc-papier met amandelmelkextracten.

Ik trok mijn wenkbrauwen op. Wat moet een mens met dat soort onzin? Zeep is zeep, pindakaas is pindakaas en je kont kun je ook afvegen met oude kranten. Zonde van het geld, slecht voor het milieu en in de negentiende eeuw redden ze het ook prima zonder. Mijn huis komt het niet binnen. Het is hier huismerk wat de klok slaat. “Ezelinnenmelk” verder lezen

Donkey Kong

Een klasgenoot van mij had een grote zwerm fans. Niet omdat hij zo leuk was. Hij droeg mufruikende nylon shirts en opende zijn mond alleen voor gemene opmerkingen. Het ging om wat hij elke pauze uit zijn tas haalde. Een schermpje met een rode achterkant. Donkey Kong, een van de eerste draagbare computerspelletjes. Hij liet zijn aap van boom naar boom slingeren terwijl de halve klas over zijn schouder meekeek. Heel soms gaf hij het spelletje minzaam uit handen. Aan degene die het meest had geslijmd.

Ik was jaloers, heel jaloers. Meer dan honderd gulden kostte zo’n spelletje en dat had ik niet. Slijmen ging me te ver, dus er bleef weinig anders over dan gefrustreerd toekijken. “Donkey Kong” verder lezen

Rode knop

Pesten is hot. Er zijn televisieprogramma’s over, je kunt er armbandjes van kopen en iedereen roept er publiekelijk schande van. Aan de school de schone taak het op te lossen. Dat doet ze voortvarend. Kleuters moeten vanaf hun vierde rollenspelen doen en voortdurend voor de klas hun emoties uiten. Dat schijnt te helpen.

Dit jaar had de school van Jongste er nog iets extra’s voor ingevoerd. Een ‘pestmeldknop’. Wie gepest wordt, kan daarop drukken en vertellen dat hij wordt gepest en door wie. Met naam en toenaam. “Rode knop” verder lezen

Gewonnen!

Het eerste wat me opviel was dat alle gesprekken in de supermarkt erover gingen. Op straat hoorde ik niets anders meer en ook op school gonsde het de hele dag, Jongste kwam opgewonden naar huis rennen. ‘De postcodeloterij is op ons gevallen!’

Ik was altijd tegen de Postcodeloterij. Die stomme televisieshows, die hysterische presentatoren, die schreeuwende Gaston. En dan dat Goededoelensausje eroverheen. Bah. “Gewonnen!” verder lezen

Supereten

Eten is in de mode. Je kunt geen blad openslaan en geen site aanklikken of je leest wel iets over iets wat je per se moet eten. De raarste dingen. Gestampte bijenpollen, schilfertjes van rode besjes uit de Andes, gemalen rauw gras, – nooit geweten dat je ook gekookt of gebakken gras kunt eten. Als je zulke superfoods niet eet, zeggen de aanhangers er dreigend bij, ga je vroegtijdig de pijp uit door allerlei enge ziektes.

Meestal staat er in zo’n artikel ook wat je vooral niet moet eten. Dat zijn natuurlijk altijd voedingsmiddelen die het gros van de bevolking gedachteloos naar binnen werkt. Koffie. Witte rijst. Kaas. Volkoren boterhammen. Koekjes met suiker. “Supereten” verder lezen

Kapsalon

Op een zaterdagavond at ik voor het eerst van mijn leven een patat kapsalon. Het was een lamlendige, grijze dag, niemand had zin om te koken dus aten we friet. Mijn tafelgenoten hadden shoarma of kebab of iets anders saais op hun bord. Nee, dan het mijne! Vol verwachting haalde ik de folie van mijn bakje af. De geur van knoflooksaus verspreidde zich door de keuken.

Ik was al jaren nieuwsgierig naar de patat kapsalon. Niet in de laatste plaats vanwege de naam. Voor wie het niet weet: de patat kapsalon is bedacht door een kapper die graag experimenteert met gefrituurd voedsel in verschillende samenstellingen. “Kapsalon” verder lezen