30 dagen Geen suiker

Voor tijdschrift Genoeg schrijf ik de rubriek ‘De Uitdaging’. Dertig dagen probeer ik een goed voornemen vol te houden. Dit is de tweede aflevering.

Dag 0
Leuk idee, geen suiker eten, maar het zit in bijna alles. Wat mag wel en wat mag niet? Mag fruit? En bier? Een zoektocht op internet geeft antwoord. Het gaat om het vermijden van toegevoegde suiker. Fruit en bier mogen dus gewoon. Dat wordt een makkie!

Dag 1
Het gedoe begint al bij het ontbijt. ’s Ochtends eet ik altijd een boterham met jam. Dat mag dus niet meer. Een boterham met kaas dan maar? Ik twijfel. Kaas is niet lekker ’s ochtends. “30 dagen Geen suiker” verder lezen

Rustig ademhalen

Mopperen is een Nederlandse hobby en de plaats waar deze hobby het fanatiekst wordt beoefend, is Utrecht. In Amsterdam word je begroet met een grap, in Rotterdam hebben ze geen tijd om te groeten omdat ze aan het werk zijn en in Utrecht word je begroet met gemopper. Denk Rijk de Gooijer erbij en je hebt het beeld. Ik ben Nederlander én woon in Utrecht, dus mijn hobby was het ook. Een heel fijne zelfs. Want, redeneerde ik, gratis en ook nog goed tegen de stress.

Je hoeft je maar een beetje in spiritualiteit en zingeving te verdiepen om te weten dat ik ernaast zat. Negativiteit is fout, zeggen mensen die het kunnen weten. Wie werkelijk zinvol en plezierig wil leven, leeft oordeelsvrij in het moment, laat alles wat er is bestaan en let op zijn ademhaling. “Rustig ademhalen” verder lezen

Rode knop

Pesten is hot. Er zijn televisieprogramma’s over, je kunt er armbandjes van kopen en iedereen roept er publiekelijk schande van. Aan de school de schone taak het op te lossen. Dat doet ze voortvarend. Kleuters moeten vanaf hun vierde rollenspelen doen en voortdurend voor de klas hun emoties uiten. Dat schijnt te helpen.

Dit jaar had de school van Jongste er nog iets extra’s voor ingevoerd. Een ‘pestmeldknop’. Wie gepest wordt, kan daarop drukken en vertellen dat hij wordt gepest en door wie. Met naam en toenaam. “Rode knop” verder lezen

Scheiden

Ik was een halfslachtige scheider. Batterijen, glas en papier hield ik apart, maar de biobak gebruikte ik niet. Te smerig. Maar toen stond er ’s ochtends opeens een vrachtwagen in de straat, met draaiende motor. Misschien gaat er iemand verhuizen, dacht ik slaperig. Twintig minuten ronkte hij nog. Ik schoof de gordijnen open en zag mannen in oranje pakken blauwe containers uitladen. Voor elk huis één.

Twee dagen later was er weer een ronkende vrachtwagen met mannen in oranje pakken. Deze keer maakten ze alle grijze containers schoon, plakten er stickers op en hingen er folders aan. Daarna was de straat nat. En bezaaid met achterkanten van stickers en niet gebruikte folders.  “Scheiden” verder lezen

Natuurlijke selectie

Er zitten eenden in de sloot, vlakbij de basisschool. Ik loop er bijna elke dag langs. Ze hebben voor de tweede keer dit jaar een nest, de eieren zijn al uitgekomen. Op de brug blijf ik staan om te tellen. Negen kleine eendjes zwemmen achter de moedereend aan. Als ze even stilhoudt, rennen twee kleintjes de kant op. Je ziet ze bijna niet tussen het hoge gras. Ze zijn klein en donzig en bruin met geel.

Wat een schatjes, denk ik. Bijna niet te geloven dat het over een jaar van die rotbeesten zijn die op het fietspad blijven zitten als je aan komt fietsen. Misschien zijn het wel allemaal mannetjes, duiken ze later met zijn allen tegelijk op een zielige vrouwtjeseend om haar te verkrachten. “Natuurlijke selectie” verder lezen

Jersey Shore

Kinderen zijn leuk, maar ze hebben wel nadelen. Ze kotsen de boel onder als ze ziek zijn en ze willen elk jaar een kinderfeestje. Een groter nadeel is de kindercultuur, vooral die op televisie. Het begint met stompzinnige flut als de moralistische verhaaltjes van Kabouter Plop, en met de jaren groei je door naar het irritante geschreeuw in Spongebob en iCarly.

Er zijn ouders die hier niet in meegaan. Die laten hun kinderen alleen kunstzinnige Scandinavische films kijken en lezen avond na avond echte kinderliteratuur voor. Zo ben ik niet. Ik laat mijn kinderen gewoon pulp kijken. Ik zeg dat ik dat doe zodat ze op het schoolplein kunnen meepraten. In werkelijkheid ben ik natuurlijk gewoon te lui om ze een verantwoorde opvoeding te geven. “Jersey Shore” verder lezen

Haar

Ik heb haar. Daar moet ik eigenlijk heel blij mee zijn, want er zijn genoeg leeftijdgenoten zonder haar. Weliswaar vrijwel allemaal mannen, maar toch.

Ik ben ook heus wel blij met mijn haar. Het is dik, in de zomer krijg ik zonder er iets voor te doen, blonde strengen erin, en het is nog niet eens grijs. “Haar” verder lezen

Dun

Voor mij voelt het eind van de zomer een beetje hetzelfde als december. Ik kijk terug, evalueer, heroverweeg en maak nieuwe plannen. Heel bijzonder zijn die nooit. Vaker sporten, minder zuipen, minder televisie kijken, meer literatuur lezen, dezelfde prachtige maar onhaalbare doelen als in januari eigenlijk.

En het gaat dan altijd ongeveer hetzelfde als in januari. In september hou ik mijn nieuwe gedrag vol goede moed vol. Best makkelijk, vier keer per week sporten, denk ik dan. En die televisie mis ik helemaal niet en wat zijn er toch geweldige boeken geschreven. Na een tijd komt de klad er in, meestal rond oktober. Het wordt koud en donker, ik heb geen zin om ’s avonds nog naar buiten te gaan en al helemaal niet om te gaan sporten. En in taaie boeken waarin ik elke bladzijde drie keer moet lezen heb ik ook geen zin. Ik wil alleen maar voor de televisie hangen en bokbier drinken. “Dun” verder lezen

Middelaardig

Er zijn moeders die niet alleen hun eigen kinderen, maar ook die van anderen opvoeden. Dan zeggen ze: ‘En wat zeg je dan?’ Of: ‘Wij zeggen hier altijd goedemiddag!’ Ze leggen aan een vriendje van hun kind uit dat het niet goed is om brutaal te zijn. ‘Ik kan daar wel tegen,’ zeggen ze dan, ‘maar als je dat bij iemand anders doet, kan je daar  last mee krijgen. Niet iedereen is zo tolerant als ik.’

Ik doe dat niet. Ik ben reuzevoorzichtig. Ik zeg bijna nooit iets tegen kinderen die hier over de vloer komen. Ik grijp ook bijna nooit in. “Middelaardig” verder lezen

Waar blijft de tijd?

15.08 uur: Ik sjok naar het schoolplein.

15.15 uur: De deur gaat open. Massa’s kinderen zwermen naar buiten. De mijne niet.

15.19 uur: Ze zijn er nog steeds niet.

15.20 uur: O. komt naar buiten rennen en zegt dat ze de klas moet vegen. Ze rent weer naar binnen. Mijn voeten worden langzaam koud.

15.21 uur: J. komt naar buiten met vriendinnetje L.
“Ik was mijn tekening kwijt,” verklaart ze. “En toen lag hij in het laatje van P.”
Daarna tegen L.: “Waar is jouw tekening?”
L. kijkt verschrikt. “Nog in mijn laatje.”
Weg zijn ze. “Waar blijft de tijd?” verder lezen