Ouwe zooi

Ik ben een slechte rommelmarktkoper. Uren speuren tussen oude zooi, eindeloos onderhandelen. Ik vind het gedoe, en ook smoezelig. Al die troep, je begrijpt niet dat mensen het überhaupt durven te verkopen.

Ik dacht er dus ook nooit aan zelf rommelmarktverkoper te worden. Mijn eigen oude zooi bracht ik gewoon naar de kringloopwinkel. Tot een vriendin enthousiast vertelde hoeveel ze verdiende door op rommelmarkten te staan. ‘En het is nog hartstikke gezellig ook!’ Opeens was ik om. Op een leuke manier je oude troep kwijtraken en nog geld toe krijgen!

“Ouwe zooi” verder lezen

Gewonnen!

Het eerste wat me opviel was dat alle gesprekken in de supermarkt erover gingen. Op straat hoorde ik niets anders meer en ook op school gonsde het de hele dag, Jongste kwam opgewonden naar huis rennen. ‘De postcodeloterij is op ons gevallen!’

Ik was altijd tegen de Postcodeloterij. Die stomme televisieshows, die hysterische presentatoren, die schreeuwende Gaston. En dan dat Goededoelensausje eroverheen. Bah. “Gewonnen!” verder lezen

Scheiden

Ik was een halfslachtige scheider. Batterijen, glas en papier hield ik apart, maar de biobak gebruikte ik niet. Te smerig. Maar toen stond er ’s ochtends opeens een vrachtwagen in de straat, met draaiende motor. Misschien gaat er iemand verhuizen, dacht ik slaperig. Twintig minuten ronkte hij nog. Ik schoof de gordijnen open en zag mannen in oranje pakken blauwe containers uitladen. Voor elk huis één.

Twee dagen later was er weer een ronkende vrachtwagen met mannen in oranje pakken. Deze keer maakten ze alle grijze containers schoon, plakten er stickers op en hingen er folders aan. Daarna was de straat nat. En bezaaid met achterkanten van stickers en niet gebruikte folders.  “Scheiden” verder lezen

Goed doen

Als je sommige filosofen moet geloven – en waarom zouden we dat niet doen – is er niets mooiers dan het helpen van je medemens. Altruïsme geeft namelijk een Goed Gevoel. Zo goed, daar kunnen drugs en alcohol niet tegenop. En het is nog gratis ook.

Nu bof ik, want ik heb twee kinderen, en als er één plaats is waar je veel kunt helpen, is het de basisschool. Continu zijn er ‘leesouders’, ‘knutselouders’ of ‘meefietsouders’ nodig. “Goed doen” verder lezen

Natuurlijke selectie

Er zitten eenden in de sloot, vlakbij de basisschool. Ik loop er bijna elke dag langs. Ze hebben voor de tweede keer dit jaar een nest, de eieren zijn al uitgekomen. Op de brug blijf ik staan om te tellen. Negen kleine eendjes zwemmen achter de moedereend aan. Als ze even stilhoudt, rennen twee kleintjes de kant op. Je ziet ze bijna niet tussen het hoge gras. Ze zijn klein en donzig en bruin met geel.

Wat een schatjes, denk ik. Bijna niet te geloven dat het over een jaar van die rotbeesten zijn die op het fietspad blijven zitten als je aan komt fietsen. Misschien zijn het wel allemaal mannetjes, duiken ze later met zijn allen tegelijk op een zielige vrouwtjeseend om haar te verkrachten. “Natuurlijke selectie” verder lezen

Kapsalon

Op een zaterdagavond at ik voor het eerst van mijn leven een patat kapsalon. Het was een lamlendige, grijze dag, niemand had zin om te koken dus aten we friet. Mijn tafelgenoten hadden shoarma of kebab of iets anders saais op hun bord. Nee, dan het mijne! Vol verwachting haalde ik de folie van mijn bakje af. De geur van knoflooksaus verspreidde zich door de keuken.

Ik was al jaren nieuwsgierig naar de patat kapsalon. Niet in de laatste plaats vanwege de naam. Voor wie het niet weet: de patat kapsalon is bedacht door een kapper die graag experimenteert met gefrituurd voedsel in verschillende samenstellingen. “Kapsalon” verder lezen

Zegels plakken

Een supermarkt bij mij in de buurt heeft een geweldige spaaractie. Achterop hun kassabonnen staan zegeltjes die je moet uitknippen en opplakken. Een volle kaart kun je inwisselen voor een gratis ‘actieproduct’. Wasmiddel dat ruikt naar gemaaid gras. Crackertjes met knoflook-peterseliesmaak. Shampoo voor krullend haar.

Ik was altijd al fanatiek spaarder, maar dit heeft het spaarbeest in mij losgemaakt. Elke maand opnieuw probeer ik zoveel mogelijk te sparen met zo min mogelijk boodschappen. “Zegels plakken” verder lezen

Rust

Sinds een paar jaar heb ik een tuin. Eerst was ik er verguld mee. Ik bladerde tuinboeken door, las tuintijdschriften en bekeek tuinsites. Tuinieren, begreep ik, is een geweldige hobby. Sportschool, therapeut, televisie: je hebt het allemaal niet meer nodig als je een tuin hebt.

Enthousiast ging ik aan de slag. Ik stopte bollen in de grond, zaaide stokrozen en plantte alle stekjes die ik van vrienden en kennissen kreeg. Dat er een paar maanden later ook onkruid omhoog kwam, maakte me niet uit. Ik trok het er gewoon uit. Net zo lang tot ik er een tennisarm van kreeg. “Rust” verder lezen

Bloembak

In de stad waar ik woon, wonen veel mensen die vinden dat de wereld beter moet. Mensen met idealen dus. Nu heb ik die eigenlijk ook wel. Weg met oorlog, enge ziektes en armoede en bij mooi weer gratis ijs bijvoorbeeld.

Maar daar houdt het eigenlijk op. Ik ben te lui om echt iets voor mijn idealen te doen.

Heel anders is dat voor veel van mijn stadgenoten. Die koppelen hun idealen aan actie. Geen acties zoals in de jaren tachtig, toen iedereen massaal de straat opging. Nee, dat is uit de mode. Moderne acties spelen zich af in de buurt. Eerst een betere buurt, dan een betere wereld, zo zal de gedachtegang wel ongeveer zijn. “Bloembak” verder lezen

Mama

Omdat ik moderne, progressieve ouders had, sprak ik ze aan bij hun voornaam. En met je. Dat was een tijdlang mode, in bepaalde kringen, om je door je kinderen met de voornaam te laten aanspreken. Dat was modern en progressief. Dan liet je zien dat je niet autoritair en machtsbelust was. Niet ouderwets, niet rechts en niet slecht.

Mijn vriendinnen op de dorpsschool deden dat niet. Die zeiden allemaal papa en mama, of als ze wat ouderwetser werden opgevoed, pa en ma. Ze zeiden wel je. Niemand zei u. “Mama” verder lezen