Vrije Natuur

Er zijn mensen die vinden dat Nederland geen natuur heeft. Niet omdat bijna alles is volgebouwd. Maar omdat er nog geen grasspriet uit zichzelf groeit. Er wordt geplant, gemaaid, gerooid en zelfs hele rivieren verlegd. Het is geen natuur, maar cultuur, zeggen ze. Die mensen zijn zeikerds.

Natuurlijk is er Vrije Natuur in Nederland. Gewoon alles wat niet is volgebouwd en wat geen weiland of akker is. Er zijn kleine stukjes natuur en grotere. En het mooie: allemaal gratis. Er zijn mensen die zeggen dat het wel duur is, dat we daar belasting voor betalen. Maar ook dat zijn zeikerds. “Vrije Natuur” verder lezen

De spin

Jongste moet een werkstuk maken. Ze heeft een verfrommeld papiertje in haar tas waarop staat hoe het moet. Stap 1: kies een onderwerp. Stap 2: verzamel informatie, uit meer dan één bron. Stap 3: maak een hoofdstukindeling. Stap 4: schrijf het op. Daaronder staat een waarschuwing: maak het werkstuk zelf! Gebruik je eigen woorden! Als je overschrijft, krijg je een onvoldoende!!!

Een paar jaar geleden kwam Oudste met hetzelfde briefje thuis. In mijn onschuld dacht ik dat we de aanwijzingen moesten opvolgen en zette haar aan het werk. ‘Een zeehond heet zeehond maar hij leeft niet in de zee,’ schreef ze. ‘Want in de zee verdrinkt hij. Hij slaapt dus niet in de zee.’ Daarna volgden interessante wetenswaardigheden over de zeehond, willekeurig verspreid over zes hoofdstukken. “De spin” verder lezen

Goed doen

Als je sommige filosofen moet geloven – en waarom zouden we dat niet doen – is er niets mooiers dan het helpen van je medemens. Altruïsme geeft namelijk een Goed Gevoel. Zo goed, daar kunnen drugs en alcohol niet tegenop. En het is nog gratis ook.

Nu bof ik, want ik heb twee kinderen, en als er één plaats is waar je veel kunt helpen, is het de basisschool. Continu zijn er ‘leesouders’, ‘knutselouders’ of ‘meefietsouders’ nodig. “Goed doen” verder lezen

Natuurlijke selectie

Er zitten eenden in de sloot, vlakbij de basisschool. Ik loop er bijna elke dag langs. Ze hebben voor de tweede keer dit jaar een nest, de eieren zijn al uitgekomen. Op de brug blijf ik staan om te tellen. Negen kleine eendjes zwemmen achter de moedereend aan. Als ze even stilhoudt, rennen twee kleintjes de kant op. Je ziet ze bijna niet tussen het hoge gras. Ze zijn klein en donzig en bruin met geel.

Wat een schatjes, denk ik. Bijna niet te geloven dat het over een jaar van die rotbeesten zijn die op het fietspad blijven zitten als je aan komt fietsen. Misschien zijn het wel allemaal mannetjes, duiken ze later met zijn allen tegelijk op een zielige vrouwtjeseend om haar te verkrachten. “Natuurlijke selectie” verder lezen

Sloot

Hij stond aan de overkant van de sloot, ik bleef staan om naar hem te kijken. Hij was al wat ouder, maar waardig oud geworden was hij niet. Zijn grijze jas was rafelig, verschoten, hij zag er morsig uit. Alleen zijn zwarte kraalogen glommen.

Hij keek zonder blozen terug, zijn hoofd schuin, zijn ogen priemend, bijna beschuldigend. “Sloot” verder lezen

Die dieren

Laatst in een regenachtig weekend eens een stapel Jan, Jans en de kinderen tot mij genomen. Ja, die strip die vroeger in de Libelle stond. Met die ouders die Jan en Jans heten en die kinderen die Catootje en Karlijn heten. En dan is er nog zo’n jongetje bij met haren over zijn ogen. Jeroentje.

Ze waren best leuk, die Jan, Jans en de kinderen. Veel minder truttig dan in mijn herinnering. Die Jan is natuurlijk een sukkel met zijn snor en zijn duffe kapsel. Hij laat zich ook voortdurend koeioneren door zijn vrouw. En die vrouw lijkt af en toe een kreng maar is ook best aardig eigenlijk. “Die dieren” verder lezen