Weerstation

Stiekem ben ik een weeramateur. Ik lees meerdere malen per dag de sites van knmi en meteoconsult. Sinds ik heb vernomen dat meteoconsult vaker goed voorspelt dan het knmi, lees ik die nóg vaker. En ik heb een eigen weerstation. Niet zo’n in elkaar knutseldoos van Piet Paulusma die wel eens in de speelgoedwinkel staat. Ik heb een echt weerstation, dat de temperatuur aangeeft en de luchtdruk.

En dan geeft-ie ook nog eens de precieze tijd aan. Dat is dan weer verbonden met Greenwich geloof ik. ’s Ochtends erg handig, want dan kan ik mijn kroost aanmanen tot spoed als we weer eens te laat dreigen te komen op school. Kijk eens, zeg ik dan, het is al bijna half negen op het weerstation! Volgens de atoomtijd dus!
Van bijna half negen op de klok zijn ze niet onder de indruk, want die heeft hun vader vijf minuten vooruit gedraaid. Zo denkt hij nooit te laat te komen. Een onzinredenering wat mij betreft, want als je de klok zelf vijf minuten voor zet, onthoud je dat heus wel. Maar mij heeft-ie er niet mee. Ik kijk gewoon lekker op mijn eigen weerstation.

Mijn weerstation zegt ook hoe laat de zon opkomt en weer ondergaat. Dat vind ik een belangrijke functie van het ding. Ik haat namelijk de winter omdat het dan te lang donker is. Dankzij mijn weerstation kan ik dag na dag constateren dat we toch echt weer twee minuten licht erbij krijgen.

Nog erger dan donker is kou. De laatste tijd is het elke ochtend weer vloeken geblazen als ik voor mijn weerstation sta. Min 6 was het vanochtend. Tjongejonge, we wonen toch niet in Siberië of zo? En nog erger dan kou is sneeuw. Mijn weerstation heeft geen tekens voor sneeuw. Allen voor zon, wolken en regen. Even goed sneeuwt het toch.

Net zoals ik elke dag kijk hoeveel minuten licht erbij komt, kijk ik de laatste weken elke dag of het alweer warmer wordt. Maar nee. Het blijft maar onder nul en de sneeuw gaat maar niet weg. Ik kijk en kijk en kijk nog eens, maar nee, het blijft onder nul. ’s Nachts en overdag.

Ik heb mijn weerstation al anderhalf jaar in huis maar nu besef ik het pas. Ik kan met mijn weerstation het weer niet beïnvloeden! Het weer trekt zich van mijn weerstation geen ene moer aan.

Eigenlijk heb ik nog een geheime elektronicawens, sinds ik dat weerstation heb. Ik zou heel graag zo’n computertje op mijn fiets hebben. Dat je kunt zien hoeveel kilometer je hebt gereden en ook hoe hard. Vooral dat laatste, daar ben ik razend nieuwsgierig naar. Ik wil wel eens weten hoe hard je moet trappen om 20 kilometer per uur te halen. En ik ben ook benieuwd hoe hard ik nu gemiddeld fiets. Maar ik ben bang dat zo’n fietscomputer ook een beetje tegen zal vallen. En dat-ie echt geen hogere snelheid aan zal geven als ik harder trap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *