Waar blijft de tijd?

15.08 uur: Ik sjok naar het schoolplein.

15.15 uur: De deur gaat open. Massa’s kinderen zwermen naar buiten. De mijne niet.

15.19 uur: Ze zijn er nog steeds niet.

15.20 uur: O. komt naar buiten rennen en zegt dat ze de klas moet vegen. Ze rent weer naar binnen. Mijn voeten worden langzaam koud.

15.21 uur: J. komt naar buiten met vriendinnetje L.
“Ik was mijn tekening kwijt,” verklaart ze. “En toen lag hij in het laatje van P.”
Daarna tegen L.: “Waar is jouw tekening?”
L. kijkt verschrikt. “Nog in mijn laatje.”
Weg zijn ze.

15.24 uur: J. en L. komen weer naar buiten. Met tekening.
“We gaan bij mij spelen met de barbies,” zegt J.
“Ik wil ook bij jullie blijven eten,” zegt L.
“Dat is een beetje lastig vandaag,” begin ik.
“Nee L., dat kan niet liefje,” hoor ik naast me. De moeder van L. staat opeens naast me.
“Want je moet om half 5 naar psychosensore therapie voor een betere pengrip, weet je nog?”
Tegen mij: “Ik kom haar om kwart over vier ophalen.”
O. is nog steeds nergens te bekennen.

15.28 uur: O. komt naar buiten met vriendinnetje M.
“We gaan bij M. spelen!”
“Ik ga even mijn moeder bellen,” zegt M. “Ik heb namelijk een mobieltje. En dan weet ze dat we eraan komen.”
M. woont twee straten achter de school.
M. vist spullen uit haar tas: een beker, een broodtrommel, een stapel tekeningen, een schrift, huiswerk en drie geurpennen. En dan haar mobieltje.

15.30 uur: Piep piep piep piep.

15.32 uur: “Mijn mobieltje is kapot,” meldt M.
“Misschien,” opper ik, “kunnen jullie gewoon naar M. gaan. Dan ziet je moeder vanzelf dat jullie met z’n tweeën zijn.”

15.34 uur: J. en L. zijn spoorloos.

15.37 uur: Ik vind J. en L. op het plein voor de kleuterklassen, waar ze op de schommel zaten.

15.40 uur: J. en L. rennen, hinkelen en dansen naar huis. Ik sjok er achteraan.

15.50 uur: Thuis. Ik doe snel mijn sloffen aan.

15.57 uur: J. schenkt limonade in.

16.03 uur: Ik dweil de keukenvloer.

16.15 uur: De bel gaat. De moeder van L. Ze uit haar bezorgdheid over het pedagogisch klimaat op school terwijl ze de voordeur open laat staan. Ik krijg het koud.

16.23 uur: Ik ga boodschappen doen voor het avondeten. J. wil niet mee.

16.28 uur: Ik maak Fout Nr. 1 in de supermarkt: ik wissel van rij. Voor mij staat een bejaarde vrouw die is vergeten haar groenten af te wegen.

16.55 uur: Ik grabbel de sportkleren van O. bij elkaar en fiets snel naar M.

16.58 uur: Ik race met O. door naar de gymzaal want ze moet turnen.

17.05 uur: Thuis. Ik ontdek dat ik nog een was moet ophangen. Ik ontdek ook dat J. en L. in een half uur tijd alle barbies door de badkamer hebben verspreid. Inclusief alle barbieschoenen, barbiejurken, barbiebroeken, barbiezonnebrillen, barbiedrinkbekers, barbiebestek, barbiehoedjes en andere barbie-accessoires.

17.12 uur: J. ruimt onder hevig mopperen haar barbiemeuk op. Ik maak prei schoon en schil aardappels.

17.26 uur: J. komt beneden en zegt dat ze alles heeft opgeruimd. Ik snijd de prei in ringen. Daarna ruim ik de afwasmachine uit en verwissel een vuilniszak.

17.33 uur: Ik ontdek dat J. onder opruimen verstaat: alles onder haar bed kiepen.

17.35 uur: J. loopt zuchtend naar boven om op te ruimen. Ze meldt dat ik een “hele stomme moeder” ben. Ik schil aardappels.

17.52 uur: Ik spring op de fiets om O. op te halen bij de gymzaal. J. gaat weer niet mee, ze gaat televisie kijken.

18.02 uur: “Is het eten al klaar?” vraagt O. als we thuis komen. “Ik heb heel erge honger.”

“Gebakken barbieschoenen,” zeg ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *