Vroeger

Af en toe lees ik wel eens een interview met een geleerd iemand. Een filosoof bijvoorbeeld. Die legt dan uit hoe de wereld in elkaar zit, hoe de mensen in elkaar zitten en vooral wat wij allemaal fout doen. En, zegt zo’n filosoof er vaak bij, als we dat nou allemaal niet meer fout zouden doen, dan zou het allemaal goed komen.

Daar komt het kort samengevat vaak op neer. Misschien denk ik er te makkelijk over, over wat zo iemand zegt. Dat komt dan omdat ik niet genoeg van filosofie weet – want ik vond dat altijd zo moeilijk te volgen en om eerlijk te zijn ben ik al afgehaakt toen ik ontdekte dat sommige filosofen expres bepaalde lidwoorden verkeerd gebruiken. Dan zeggen ze bijvoorbeeld niet het idee, maar de idee. De idee betekent dan heel wat anders dan het idee, maar wat precies, daar ben ik nooit achter gekomen. Het zou kunnen dat ze ook de leven en het wereld zeggen, maar dat weet ik niet zeker. Want na dat boek met de idee heb ik het keuzevak filosofie onmiddellijk laten vallen.

Soms praten die filosofen die het hebben over de wereld en hoe de wereld de verkeerde kant opgaat, ook over het verleden. Ze zeggen het niet met zoveel woorden, maar als ik het goed begrijp, komt het erop neer dat het vroeger beter was. De mensen deden toen nog niet de verkeerde dingen, ze maakten niet de verkeerde keuzes en ze leefden nog niet de verkeerde levens. Ze geloofden bijvoorbeeld nog standvastig in God, ze buffelden zichzelf af zonder klagen en ze streefden nog niet a-sociaal en egoïstisch naar genot. De wereld was nog overzichtelijk en mooi.

Niet alleen filosofen denken dat trouwens, dat het vroeger beter was. Heel veel mensen denken het. Laatst bleek het zelfs uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Meer dan de helft van de ondervraagden had liever in een eerder tijdperk geleefd.

Toevallig ben ik J. een boek aan het voorlezen dat zich afspeelt in het verleden. Het heet 100 jaar geleden. Dat suggereert dat het zich honderd jaar geleden afspeelt, maar het is een ouder boek dus het speelt zich honderddertig jaar geleden af. Het was vroeger een van mijn lievelingsboeken. (auteurs: Het Schrijverscollectief, helaas niet meer verkrijgbaar)

Het boek gaat over een meisje van 10 jaar dat eerst in een plaggenhut in Drenthe woont. Haar vader is de hele week turf steken vijftig kilometer verderop, dus ze is alleen thuis. Daarom stuurt hij haar naar zijn zus in Enschede waar ze zes dagen per week 12 uur per dag in de textielfabriek gaat werken, samen met andere kinderen tussen de 6 en 12 jaar oud die moeten oppassen dat ze geen ledematen verliezen als ze tussen de machines belanden. Of erger. Daarna belandt ze in Amsterdam waar ze wordt uitgebuit als dienstmeid en huisvesting vindt in een bedompte kelderwoning die regelmatig onder water staat.

‘Heel mooi,’ zegt J. als ik een hoofdstuk heb voorgelezen. ‘En heel erg zielig.’ Ze is even stil. ‘Maar ik vind het ook wel spannend. Misschien nog wel spannender dan de Griezelbus.’

Ik sla het boek dicht, geef J. een kus en zeg dat ze nog maximaal een half uur mag lezen in bed. Dan ga ik naar beneden. Ik zet de computer aan, stuur nog een mail, luister mijn voicemail af, maak een boodschappenlijstje, vouw schone was op en kijk televisie. Ik kijk naar beelden van Libië, van Japan, van Ivoorkust. Dan vertelt de weerman dat het morgen 16 graden wordt. Ik moet nodig nieuwe t-shirts kopen, bedenk ik. Mijn t-shirts van vorig jaar zijn verwassen.

Ik heb liever de stress van de moderne tijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *