Verjaardag

‘Hoeveel kilo ben jij al kwijt?’

Ze nam een slokje van haar wijn voordat ze antwoord gaf.

‘Drie sinds januari.’ In werkelijkheid was het een halve kilo, en eigenlijk nog niets een halve. 470 gram, om precies te zijn. Ze was 500 gram afgevallen, 300 gram aangekomen, weer 500 gram afgevallen, weer 230 gram aangekomen . Het was nu maart. Een badpak in maat 48 zat er deze zomer weer niet in, zoveel was wel duidelijk.

‘Goh, drie kilo, dat zou je ook niet zeggen. Het is niet te zien.’ De trut.

‘Het gaat er altijd eerst bij mijn heupen af. In mijn gezicht het laatst. Daarom zie je het niet. Maar hoeveel ben jij kwijt geraakt?’ Ze graaide een handje cashewnoten uit een bakje. Het bakje was bijna leeg.

‘Twee,’ antwoordde haar buurvrouw, terwijl ze een stukje worst in haar mond stak. Ze wist zeker dat haar buurvrouw loog. Onder haar t-shirt was goed te zien hoe het vet boven de banden van haar BH uitpuilde.

‘Maar als je ziet wat ik eet, dan begrijp ik het niet.’ Haar buurvrouw kauwde bedachtzaam op de worst, alsof-ie taai was. Maar het was zachte worst, die bijeen werd gehouden door een velletje. Als je zou willen, hoefde je er niet eens op te kauwen. Je zou hem fijn kunnen maken met je tong. Worst voor baby’s en bejaarden. Het prikkertje waar de worst aan vast zat, legde de buurvrouw naast haar wijnglas.

‘Dat heb ik nou ook.’ De cashewnoten had ze fijngekauwd en doorgeslikt. Ze speurde de tafel af op zoek naar een nieuwe hap. Bijna alles was op. Dan maar chips, ook al hield ze daar niet echt van. Het waren paprikachips. Ze graaide met haar linkerhand in het bakje en pakte zoveel chips dat ze bijna uit haar hand vielen.

‘Ik eet maar twee boterhammen op een dag. Met kaas, want dat is goed voor de kalk. En ik smeer er van die speciale boter op, die goed is voor je cholesterol.’

‘Ik eet er ook maar twee.’ Er werd een schaal met toastjes voor haar gehouden. Ze pakte een toastje met zalm en schoof het in één keer naar binnen. De zalm voelde in haar mond zacht en bijna romig aan. Maar ze had de smaak van de paprikachips nog in haar mond en daarom proefde ze niet veel. De volgende keer moest ze erop letten dat ze eerst een slok wijn nam.

‘En dan bij de koffie ’s ochtends een enkel kaakje, anders vind ik het ook zo kaal.’ Haar buurvrouw pakte nog een stuk worst. Haar buurvrouw hield van eten waar je weinig moeite voor moest doen. Het moest als pap in haar mond glijden.

‘Maar dat moet toch kunnen! Het zou toch te gek zijn als je niets meer mag?’ De bitterballen zouden nu wel voldoende afgekoeld zijn bedacht ze. Ze boog zich over de tafel heen om er één te pakken. Hij voelde lauw aan. Ze haalde hem royaal door de mosterd. Na die fluweelzachte zalm prikte de mosterd in haar verhemelte.

‘Dat vind ik ook.’ Haar buurvrouw had de schaal met worst zo verschoven dat hij recht naast haar stond. Als ze zou willen, zou ze zelfs met haar mond de worst kunnen oppakken. Dan hoefde ze alleen maar haar hoofd naar voren te buigen en hem open te sperren. Als een klein vogeltje dat zich door zijn moeder laat voeren. Maar eerst schonk haar buurvrouw zich nog een nieuw glas wijn in. ‘Wil jij nog?’ Ze hield de fles schuin omhoog.

Ze knikte, met haar mond nog vol bitterbal. Doe maar, gebaarde ze. ‘Waar is die zalm gebleven?’ vroeg ze met volle mond.

Haar buurvrouw wees naar de andere tafel. Dat was haar te ver weg. Dan eerst maar een slok wijn. Ze sloeg de helft van haar glas achterover. Wat zou ze nu eens doen? Nog maar een bitterbal voordat ze op waren.

‘En ik beweeg ook genoeg, dat kan het niet zijn,’ ging haar buurvrouw verder. ‘De huisarts zei dat ik moest gaan sporten! Hij moest eens weten. Ik haal elke dag boodschappen op de fiets!’ De worst was op. De buurvrouw pakte ook een bitterbal.

‘Wil je mosterd?’ vroeg ze met haar mond vol. Ze schoof het schaaltje met mosterd naar haar toe. ‘Ik beweeg ook genoeg,’ zei ze. ‘Ik fiets en ik wandel.’

Nu waren de bitterballen op. Balen dat de buurvrouw er ook van had zitten eten. ‘Zal ik die schaal met zalmtoastjes even pakken?’ vroeg ze aan de buurvrouw. Die knikte als antwoord.

Ze stond op en deed twee stappen naar rechts. Ze rekte zich uit en pakte de schaal. Haar oog viel op haar man, een paar meter van haar vandaan. Die graaide net in een schaal vol cashewnootjes. ‘Eet je niet te veel Henk?’ riep ze over de tafel heen. ‘Je weet wat de dokter gezegd heeft!’

‘Is die van jou ook zo eigenwijs?’ verzuchtte haar buurvrouw toen ze terug was met de schaal.

‘’t Is verschrikkelijk,’ antwoordde ze. ‘Hij zou minstens tien kilo moeten afvallen. Maar ja, wel elke avond twee borden aardappels opscheppen.’

‘Ik denk dat ik gewoon een trage stofwisseling heb,’ zei haar buurvrouw. ‘Door dat dieet sta ik een spaarstand. Dan kom ik nog aan van een glaasje water.’

Ze knikte. ‘Dat heb ik ook. Echt, ik eet helemaal niet veel. Soms maar 500 calorieën op een dag.’ De zalm was alweer op.

‘Nog een glaasje wijn?’ vroeg de gastvrouw. Ze knikten allebei tegelijk. ‘Ik heb ook die nieuwe zoutjes,’ zei de gastvrouw. ‘Je weet wel, van de reclame. Met minder calorieën. Heb je die al geprobeerd?’ Ze reikte naar achteren om het schaaltje te pakken. ‘Laat maar even hier staan, dan kunnen jullie ze proberen. Dit is Savannasmaak, de Poestasmaak is al op. Maar deze zijn ook lekker hoor!’

Ze namen allebei een flinke hand vol. De zoutjes waren hard en zout. Minder lekker dan zalm, vond ze. Ook minder lekker dan bitterballen. Je moest er langer op kauwen voordat je ze kon doorslikken.

‘Nu hoorde ik van Marja over Chinese thee waar je echt van schijnt te vallen. Kun je gewoon bij de drogist halen. Dat ga ik eens proberen. Je kunt er gewoon bij eten en toch val je af.’

‘Zou dat helpen?’ Ze nam nog een slok wijn en stopte er wat chips achteraan. Naturel chips. Het kraakte in haar mond. Ze veegde de kruimels van haar lippen.

‘Marja zegt dat je erin moet geloven,’ ging de buurvrouw verder. ‘Maar dan werkt het wel. Net als homeopathie zeg maar.’

‘Henk, zullen we gaan?’ Ze praatte wat harder nu. ‘Als we nu niet gaan, eet hij zich helemaal dicht. Snel pakte ze nog een toastje met brie. Jammer dat ze die niet eerder had zien staan.

‘Dan zien we jullie morgenavond weer bij Gerard en Fransien?’

Haar buurvrouw knikte. ‘Tot morgen!’

Eén antwoord op “Verjaardag”

  1. Ik ga morgen naar een verjaardag. Voor ik wegga, lees ik deze nog even. Dan eet ik hopelijk wat minder.

    Wel jammer, want verder is er ook niet veel te beleven op zo’n verjaardag. Ik ben zelf niet zo goed in die conversaties over niets. En daarbij heb ik wat moeite de inheemse bevolking te verstaan.

    Maar goed: morgen deze nog een keer doorlezen. Maar wel ná de lunch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *