Uitverkoop

Als vrek ben ik erg gesteld op de uitverkoop. Dat heb ik niet van een vreemde. Mijn grootvader was verslaafd aan de uitverkoop. En hij had het moeilijker dan ik, want hij leefde in een tijd dat de uitverkoop nog aan vaste termijnen was gebonden.

Hij moest dus wachten, geduld hebben, de dagen aftellen. Ongedurig liep hij door de stad, keek begerig naar te dure spullen tot eindelijk weer de folders met grote schreeuwende letters en doorgestreepte cijfers in de bus vielen. Dan pakte hij zijn speciale groene, blauwe en rode pennen en begon zijn grondige uitzoekwerk. Spullen die een beetje aantrekkelijk waren afgeprijsd, kregen een groene cirkel. Spullen die enigszins aantrekkelijk waren afgeprijsd, een blauwe. En spullen die zeer voordelig waren afgeprijsd, een rode.

Na twee dagen intensieve studie had hij zijn winkelplan uitgestippeld. Eerst de rode cirkels, dan de blauwe en dan de groene. Hij greep zelden mis. Op de dag dat de uitverkoop begon, stond hij al minuten voor openingstijd ongeduldig voor de deur te wachten. Zodra de deuren opengingen, elleboogde hij zichzelf naar binnen en rende op de Samsonitekofferset af die nu voor 800 in plaats van 1500 gulden wegging. Kassa, in één keer 700 gulden verdiend!

Goede eigenschappen slaan vaak een generatie over. De kinderen van mijn opa hebben een gruwelijke hekel aan de uitverkoop. Mijn tante vertelde eens hoe ze bij toeval mijn opa op de roltrap zag staan bij V&D, op een dag dat er uitverkoop was. Hij had zijn armen vol plastic tassen die met rode letters ‘nu extra goedkoop!’ schreeuwden en zijn ogen vonkten van opwinding. Mijn tante schaamde zich zo hevig dat ze zich verstopte achter een pilaar en daar vijf minuten bleef staan. Totdat ze zeker wist dat mijn opa weg was.

Ik begrijp die gêne niet. Het geeft toch een geweldig gevoel van overwinning als je iets voor een spotprijs op de kop hebt weten te tikken? Het is toch fantastisch om geld te verdienen door het eerst uit te geven? En het is toch heerlijk om minder te betalen en zo de middenstand een loer te draaien?

Ik ga dus gewoon naar de uitverkoop en ben er nog trots op ook. En ik vertel het iedereen die maar naar mij wil luisteren.

Maar de laatste tijd begin ik mij zorgen te maken. Toen ik laatst aan het ontbijt verscheen in een nieuwe blouse, zei O.: ‘Leuke blouse heb je aan. Uitverkoop zeker?’ En toen ik meldde dat ik een nieuwe winterjas op het oog had, vroeg ze: ‘Was-ie wel afgeprijsd?’

(beide keren had ze uiteraard gelijk.)

Ik vrees het ergste. Nu is ze nog onder invloed van mijn uitverkoopindoctrinatie en praat ze mij naar de mond. Maar ze is natuurlijk nog maar een paar stappen verwijderd van de natuurlijke afkeer die kinderen nu eenmaal van hun ouders krijgen. Het zal niet lang meer duren of ook O. zal zich vol schaamte verstoppen achter een pilaar als ze mij toevallig ziet, met vonkende ogen en grijperige handen op weg naar de SALE-bakken. Wensend dat ze een andere moeder had gehad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *