Theater

Ik ging met J. naar jeugdtheater. Ik dacht: ik moet eens iets cultureels doen met mijn kinderen. Goed voor de opvoeding en zo.

J. had er wel zin in. ‘Ik ben nog nooit in mijn leven naar theater geweest,’ meldde ze opgewekt. ‘Wat is theater eigenlijk?’ Ik voelde me onmiddellijk ernstig tekort schieten als opvoeder en begon van alles uit te leggen, te beginnen bij de Oude Grieken, de tragedies en komedies, Shakespeare, Vondel en ga zo maar door. Maar O. zei ondertussen dat theater hetzelfde is als wat ze één keer per maand op school doen, op vrijdagmiddag, en wat ze Open Podium noemen. En toen luisterde J. al niet meer naar me.

Het gaat niet zo goed met theater in Nederland. Het is te moeilijk, het trekt alleen maar hoogopgeleide Groenlinksstemmers en het is te duur. Het zou simpeler moeten, makkelijker, meer om te lachen en er komen helemaal geen allochtonen terwijl dat heel hard nodig is.

Maar nu was het druk. Veel kinderen met ouders. De ouders ademden een hoge opleiding, welgesteldheid, redelijkheid en zelfingenomenheid uit. Er waren ook kinderen van de naschoolse opvang, want het was herfstvakantie. En daarmee had het theater opeens toch allochtone bezoekers, vrouwen nog maar liefst, de groep die het moeilijkst te bereiken is! Want alle leidsters van de naschoolse opvang hadden donkere ogen en droegen een hoofddoek.

Toen werd het donker en begon de voorstelling. Het ging over een oud echtpaar dat al jaren bij elkaar was en van wie de man overleed. Daarna brak voor de vrouw een periode aan van rouw, totdat haar hondje haar weer liet zien dat het leven de moeite waard was. Echt een onderwerp voor kinderen vanaf een jaar of 6 dus. Om het de kinderen niet te makkelijk te maken, hadden de theatermakers ervoor gekozen niets uit te spreken en veel te werken met symbolen en moeilijk te doorgronden dubbele lagen.

Zo zaten we daar, op harde stoelen. Elke vijf minuten boog J. zich naar mij toe en vroeg fluisterend: ‘waarom ligt hij zo raar te schokken in zijn bed?’ en ‘waarom gooit zij nu de spullen boos door de kamer?’ en ‘waarom danst zij nu in haar eentje met de pyjama van die man?’ Zachtjes probeerde ik haar uit te leggen dat de makers vermoedelijk een rouwproces wilden uitbeelden. De kinderen om ons heen aten ondertussen popcorn, vertelden elkaar de nieuwste moppen en lieten nepscheten door hun handen onder hun oksels te houden en dan heel snel hun arm naar beneden te bewegen. De aanwezige ouders keken gegeneerd de andere kant op en deden of ze niets merkten, de allochtone leidsters van de naschoolse opvang grepen met harde hand in en ik probeerde stiekem op mijn telefoon te kijken hoe lang het nog duurde.

‘Vond je het leuk?’ vroeg ik J. na afloop. We zaten in het HEMA-restaurant, zij achter een flesje cola met een rietje erin en ik achter een grote beker koffie met slagroom, want dat is een van mijn geheime genoegens, koffie met slagroom van de HEMA. Ze knikte bedachtzaam. ‘Ik vond dat hondje grappig,’ zei ze. ‘Hij blafte leuk. Maar ik vind het Open Podium op school ook altijd leuk. Ik houd wel van theater, denk ik.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *