Taradaboemsinee

Alle kinderen tussen de 4 en 12 in Nederland zijn onderdeel van een geheime, niet precies te definiëren cultuur. De schoolpleincultuur. Het is een rijke cultuur, met een grote variatie in uitingsvormen. De cultuur kent eigen spelletjes: elastieken, knikkeren, touwtje springen en balspelletjes. Er zijn eigen scheldwoorden, gebruiken en rituelen en natuurlijk moppen.

Ook horen er verhalen bij waarvan de meeste akelig aflopen en bedoeld lijken als waarschuwing. Over snoep dat op de grond ligt en dat expres is vergiftigd om kinderen te pesten of kinderlokkers die zeggen dat ze jonge poesjes hebben.

En er zijn liedjes, die ‘vies’ zijn of ‘eng’ en bij voorkeur beide. Variaties op sinterklaasliedjes doen het altijd goed. Ik zong vroeger graag een liedje over een dominee die naar de wc ging en zijn pijp in de kak liet vallen. Taradaboemsinee.

Die liedjes zijn net als de moppen bij voorkeur schunnig. Schuin, zeiden wij vroeger, maar ik heb die term al in geen jaren meer gehoord. Mijn kinderen zeggen vies. Een vies liedje. Logisch, denk je dan, de schoolpleincultuur is een levende cultuur, dus verandert continu. Wat wij vroeger schuin noemde, zal nu wel vies heten. Toch hoeft het daar niet door te komen. Uit ervaring weet ik dat de cultuur van schoolplein tot schoolplein kan verschillen. Toen ik acht jaar was, verhuisde ik namelijk over een afstand van tachtig kilometer. Het heeft wel even geduurd voordat ik goed was ingeburgerd in de nieuwe schoolpleincultuur.

Op mijn oude school heetten witte knikkers met een gekleurd sliertje ‘Porceleintje’. Op mijn nieuwe school heetten ze Chineesjes. De grotere knikkers heetten op de oude school Bommen, op de nieuwe school heetten ze Bammen. Op mijn oude school hinkelden we van de aarde naar de hemel, op de nieuwe school hinkelden we van 1 naar 10. Op mijn oude school deden we ziekenhuistikkertje, op de nieuwe school televisietikkertje. Elastieken ging anders, touwtje springen kende andere regels net als met een bal tegen de muur gooien. En we zongen andere liedjes.

Er was maar één grote gemene deler. Dat waren de moppen. Die overstijgen kennelijk alle grenzen. Pudding en Gisteren, olifanten die in de koelkast moeten worden geduwd, vliegende komkommers die helikopters tegenkomen, Duitsers, Nederlanders en Belgen die van een duikplank afspringen en mannen die in het vliegtuig zitten en die nodig moeten plassen: iedereen kende ze en herhaalde ze tegen elkaar.

Het mooie is dat hetzelfde geldt voor de schoolpleincultuur waar mijn kinderen nu in worden ingewijd. Ze zingen liedjes waar ik nog nooit van heb gehoord, over Charly Chipperlee die naar de disco ging, oeh la la la, en vrouwen die worden vermoord achter het gordijnenkoord. Ze doen tikspelletjes die ik onbegrijpelijk vind en ook van hun manier van verstoppertje spelen snap ik weinig. Maar de moppen zijn hetzelfde gebleven.

Opgewonden kwam O. onlangs thuis uit school.

‘Ik weet een heel goeie mop,’ zei ze. ‘Zal ik hem vertellen?’

‘Natuurlijk,’ zei ik, – ik ben altijd in voor een goeie grap.

‘Het is wel een beetje een vieze,’ zei ze aarzelend.

‘Dan zijn ze vaak des te leuker,’ moedigde ik haar aan.

‘Okee,’ zei ze, en ze begon: ‘Er was eens een man die in een vliegtuig zat.’

‘Moest die man misschien nodig plassen maar was de wc bezet?’

Stomverbaasd keek O. mij aan.

‘Hoe weet jij dat?’

Ik moest even iets wegslikken. Ik zag kinderen voor mij, op een schoolplein, en hoe ze jongere kinderen uitleggen hoe televisietikkertje werkt, of hen inwijden in de spookverhalen over kinderlokkers en vergiftigde snoep. Ik zag kinderen ouder worden en van het schoolplein verdwijnen terwijl hun cultuur bleef, voor de nieuwe generatie kinderen, die op hun beurt weer de kinderen na hen zullen inwijden.

O. kende overigens de mop van Pudding en Gisteren nog niet. Die heb ik haar verteld met het verzoek deze vaak op het schoolplein rond te vertellen. Lever ik zelfs op mijn oude dag nog een bijdrage aan het voortbestaan van dit rijke orale culturele erfgoed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *