Sport (2)

Nou, we zijn dus geweest, vriendin R. en ik. Naar badminton. Omdat we zo nodig moesten sporten. En we vielen niet eens uit de toon. We waren niet te oud, te jong, te dik, te dun, te sportief gekleed, te amateuristisch gekleed. We vielen eigenlijk niet eens echt op. De hele sporthal was gevuld met mensen zoals zij en ik. Op het eerste gezicht dan, waren ze als zij en ik.

Want oh, wat waren ze goed allemaal. Die shuttles vlogen door de zaal heen alsof ze met explosieven werden afgeschoten. En dan wisten ze hem ook nog vrijwel altijd te raken!

Met open mond stonden R. en ik te kijken.

‘Je zult zien, na een tijd trainen kunnen jullie dat ook,’ verzekerde de trainer ons. Hij nam ons mee naar een klein groepje, helemaal achterin de zaal. Vlakbij de brug met ongelijke leggers, de bok en de dikke turnmatten. De plek waar het dus het meest naar angstzweet rook.

We mochten meedoen in het groepje ‘beginners’, met een man of acht waren we. De overige 84 aanwezigen trainden in de groep ‘gevorderden’ en oefenden om die shuttle sneller dan het geluid door de zaal heen te slaan.

Soepel heen en weer lopend legde de trainer uit wat we moesten doen. Hard slaan, zacht slaan, met onze linkerarm naar de shuttle wijzen, achteruit lopen, vooruit rennen, mikken maar niet kijken naar de plaats waar je op mikt. Ondertussen maakte hij ook nog grapjes.

Nou, dacht ik optimistisch, dat doe ik gewoon even na.

Ik liep dus vooruit terwijl ik achteruit moest rennen, liep van de shuttle weg in plaats van er naar toe en wees met mijn rechterhand en probeerde tegelijkertijd met mijn linkerhand de shuttle te vangen.

De trainer bleef opgewekt en vol optimisme aanwijzingen te geven maar na een half uur wist ik het verschil niet meer tussen voor- en achteruit, links en rechts en had ik het gevoel dat al mijn ledematen in een onontwarbare knoop zaten.

Beduusd verlieten R. en ik de zaal. Het was toch iets anders dan op de camping zo hard mogelijk tegen een shuttle aan meppen.

We zouden erover nadenken hadden we tegen de trainer gezegd. Maar de week erop ging ik naar de film op dinsdagavond. Een week later meldde R. dat ze niet op tijd terug kon zijn vanuit haar werk. De week daarna moest ik naar een informatieavond van school. En daarna hadden we het er niet meer over. Even plotseling als het sporten in ons was opgekomen, is het gek genoeg weer verdwenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *