Rust

Sinds een paar jaar heb ik een tuin. Eerst was ik er verguld mee. Ik bladerde tuinboeken door, las tuintijdschriften en bekeek tuinsites. Tuinieren, begreep ik, is een geweldige hobby. Sportschool, therapeut, televisie: je hebt het allemaal niet meer nodig als je een tuin hebt.

Enthousiast ging ik aan de slag. Ik stopte bollen in de grond, zaaide stokrozen en plantte alle stekjes die ik van vrienden en kennissen kreeg. Dat er een paar maanden later ook onkruid omhoog kwam, maakte me niet uit. Ik trok het er gewoon uit. Net zo lang tot ik er een tennisarm van kreeg.

De eerste echte twijfels kwamen pas later. Ik had wel dertig verschillende planten in de tuin gezet, maar een paar leken de macht te grijpen. De halve achtertuin was overgenomen door de maagdenpalm. In de voortuin regeerde de vrouwenmantel. Zelfs tussen de tegels kwam het omhoog. En de stukken tuin die nog over waren, werden ingenomen door een roze geranium die bij een paar druppels regen al plat op de grond lag. Het leek niet echt op die plaatjes in de tuinboeken.

Meer eenjarige planten, dacht ik dit voorjaar. Die houden die vaste planten wel in toom. Ik zaaide Oostindische Kers in een kweekbak. Op een koude zaterdag in mei zette ik ze in de tuin. Voorzichtig duwde ik aarde aan rondom hun dunne stengeltjes. Bezorgd keek ik naar ze. Zo kwetsbaar en klein. Ik hoopte dat ze niet zouden worden opgeslokt door die dominante vaste planten.

Even, echt een paar weken maar, was ik druk met andere dingen. Toen keek ik weer eens goed naar mijn tuin. Wat is hij lekker vol, dacht ik. En mooi, al die grote bladeren en die oranje en gele bloemen. Maar waar is mijn rode roos eigenlijk? En de geranium en de vrouwenmantel? Ik keek nog eens goed.

De Oostindische Kers had zichzelf verduizendvoudigd en een dictatuur gevestigd. Alle andere planten lagen slap en overschaduwd op de grond. Zelfs de maagdenpalm en vrouwenmantel legden het af. Een echte tuinier zou orde op zaken zetten, maar ik kon het niet meer opbrengen.

Vanochtend liep ik naar buiten om de kliko weg te zetten. Er is iets veranderd, dacht ik, maar wat? Toen ik terugliep, zag ik het pas. Het was de Oostindische Kers. Waar eerst talloze grote ronde bladeren fier omhoog staken, waren nu kale stelen. Waar eerst knaloranje en hardgele bloemen prijkten, waren nu gaten. Ik keek nog eens beter. Ik zag grijszwarte rupsen liggen, op de paar blaadjes die nog over waren,

De rups van het Koolwitje, las ik later. Is dol op kool maar ook op Oostindische Kers.

Het is mij nu duidelijk. Die boeken en tijdschriften liegen. Je tuin wordt nooit zoals op het plaatje. Rust brengt het ook niet. Want tuinieren is oorlog. En ik ben aan de verliezende hand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *