Goed bezig

Twee dagen geleden hoorde ik op school de volgende dialoog nadat een klasgenoot van J. met een euro in zijn hand naar de tafel van de juf rende.

‘Juf, juf, ik heb een euro voor Haïti!’

‘Stop maar in het Haïtispaarpotje, jongen. Goed van jou. Is het van je zakgeld?’

Daarna zei ze in mijn richting: ‘Wat zijn ze goed bezig hè? Gewoon prachtig om te zien.’

Ik stond al half met mijn gezicht van haar afgedraaid dus ik vond dat ik het best kon maken om nog wat verder door te draaien en te doen of ik die opmerking niet had gehoord.

’s Middags voerde ik voor de zekerheid een constructief gesprekje met J..

‘Waarvoor krijg je zakgeld?’

‘Om spullen te kopen die ik zelf mag uitzoeken.’

‘Wat mag je niet kopen van je zakgeld?’

‘Snoep.’

‘En wat mag je nog meer niet doen van je zakgeld?’

‘Aan Haïti geven.’

‘Heel goed meisje, jij komt er wel.’

Bij Pauw en Witteman hoorde ik die avond een psychiater uitleggen dat mensen die geen geld willen geven aan Haïti een essentieel deel van hun hersens niet willen of kunnen gebruiken en dus geestelijk ziek zijn. Tegelijkertijd, verklaarde zij, lijden zij aan de Hoofdzonde Luiheid.

Er kunnen kritische vragen worden gesteld over doelmatigheid, efficiency en resultaat. Je kunt je afvragen wat je moet doen met al dat geld in een land dat voordat er een ramp plaats vond al geen infrastructuur had. En je kunt je twijfels hebben of particuliere schenkingen eigenlijk niets anders zijn dan een schaamlap, een symbolische daad om je eigen schuldgevoel af te kopen met weinig effect – zeker als je ook nog eens bedenkt dat verschillende overheden al hulp hebben toegezegd. Maar kennelijk heeft je persoonlijke afweging om wel of niet te geven daar dus niets mee te maken! Wel knap van zo’n psychiater, dat ze in één keer al haar politieke tegenstanders naar het gekkenhuis dirigeert.

Ik moet toegeven dat ik me toch een beetje bezwaard begon te voelen. Niet zozeer door die psychiater. Ik ben van twee kanten belast met psychisch gestoorde voorouders, dus dit kan er ook nog wel bij. Het kwam door de school. Het bleef namelijk niet alleen bij dat potje op de tafel voor de juf waar je facultatief geld in kon stoppen.

De juf van J. meldde enthousiast dat ze ‘kunstwerkjes’ gingen maken. Die kunstwerkjes (denk: beschilderde bloempot, beschilderde tegel, beschilderde dakpan, kortom: vergelijkbaar met de meuk die je op moederdag krijgt) moesten de ouders weer terug kopen. En de opbrengst, taradataaaaaaaaaaa, gaat naar de aardbeving.

Ik had besloten niets te geven. Geen cent. Of het nu vanwege mijn psychiatrische afwijking was, mijn gewone a-sociale wezen of mijn zeer doordachte overtuiging die werd gesterkt door rationele argumenten, ik was rotsvast in mijn besluit. Maar ik kan J. toch niet als enige met haar kunstwerkjes laten zitten?

Ik zal dus wel moeten, volgende week op school. En dan willen ze ook nog eens 2 euro per prul. Bij elkaar 6 euro, terwijl ik de teller op 0 wilde laten staan.

Mijn enige troost is dat ik misschien iets minder geestelijk gestoord ben, nu ik dat ene deel van mijn hersens toch in werking heb gezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *