Een goed gevoel

Sinds ik 6 euro heb uitgegeven aan de wederopbouw van Haïti valt me op dat iedereen roept dat ‘geven’ een goed gevoel geeft. Door te geven schijn je een deel van je hersenen te activeren dat ook actief is tijdens seks of zo. Je denkt dus dat je een genereuze daad verricht door geld te geven aan de arme mensen, maar in feite doe je aan zelfbevrediging. Ik hoorde het iemand zeggen in een praatprogramma, las het in de krant en hoorde het vlak daarna weer op de radio.

Als iedereen het zegt zal het wel waar zijn, want zo is dat met dingen die iedereen vindt. Die zijn altijd waar zonder dat hoeft te worden beargumenteerd waarom. Dat is het fijne van dingen die iedereen vindt.

Maar ik merkte er eigenlijk niets van. Met een dubbel gevoel lapte ik vorige week 6 euro voor Haïti en in ruil voor mijn zuurverdiende centen nam ik drie bloempotjes in ontvangst. Die had J. met haar klasgenootjes beschilderd om ‘Haïti te helpen’. Terwijl ik naar huis schuifelde over de bevroren straten met de potjes in mijn handen begon het te regenen. Verbaasd keek ik naar mijn handen bij thuiskomst. Ze waren blauw en groen. De verf op de vrolijk beschilderde bloempotjes was door de regen gaan uitlopen.

Misschien heb ik te weinig gegeven. Dat je dat opwindende gevoel alleen krijgt als je meer dan tien euro geeft. Het zou ook kunnen dat ik een te afwijkende seksuele smaak heb, je weet maar nooit.

Wat lacherig stalde ik J.’s kunstwerken thuis uit. Ach, dacht ik, zij is ervan overtuigd dat ze mensen ermee heeft geholpen. Dat is toch een mooie gedachte. Zo bezien heb ik die 6 euro niet in een bodemloos gat gegooid, maar besteed aan J.’s geloof in een betere toekomst.

Zo lang mijn kinderen op de basisschool zitten, besloot ik, moest ik me er maar bij neerleggen dat ik af en toe tegen mijn principes in moest gaan om hun wereldbeeld niet al te wreed te ontwrichten. Dus lege flessen met statiegeld doneren voor een schooltje in India, gekleurde pennen meegeven voor kinderen in Afrika en extra zacht wc-papier cadeau doen aan klanten van de voedselbank (dat laatste gelukkig alleen met Kerstmis).

Nog diezelfde dag werd opnieuw stevig aan de grondvesten van mijn overtuiging gerammeld. Ik kreeg een mail van een moeder van K., een klasgenootje van J. K. komt oorspronkelijk uit Haïti en haar moeder meldde dat K. zich erg gesteund had gevoeld door alle aandacht die er in de klas was geweest voor Haïti. Met als hoogtepunt de verkoop van de zelfgemaakte kunst teneinde een zak met geld richting Haïti te kunnen sturen. Ik was ontroerd, oprecht ontroerd. En dacht: ik kan me beter voorhouden dat ik die 6 euro heb geschonken om K. te troosten. Daar zou ik zelfs meer dan 6 euro voor over hebben. Dan weet ik tenminste zeker dat mijn geld nuttig is besteed.

Op J. hebben mijn twijfels ondertussen in het geheel geen invloed. Gistermiddag pakte ik haar rugzakje uit nadat ik haar uit school had gehaald. Er zat de gebruikelijke stapel tekeningen in, van poppetjes met lange haren en puntschoenen en levensgrote bloemen naast hen, huizen met grote bomen ernaast en dikke wolken rook uit de schoorsteen. En een briefje met daarop ‘oma is lief’ en ‘ik heet J. en ik woon in A.’. Er stond nog iets op de achterkant van het briefje, zag ik. Ik draaide het om. Daar stond het.

‘Haïti is arm!!!!!!!!!!!!!!!!’

Daaronder:
‘Haïti is zielug!!!!!!!!!!!!!!’

En daarna een hele rij, als kreten in een sportwedstrijd of demonstratie:
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’
‘Haïti!!!!!!!!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *